GUSTAAF RUTGERS

ONT-WORDEN

<

>

Introductie

Wie het Zijn wil worden, moet gaan ont-worden. Zonder dat ik dit proces als zodanig benoemde, bewandelde ik als adolescent vroegtijdig exact dat pad. Het pad van ont-worden fascineerde mij. Ik wilde dolgraag de waarheid leren kennen en ik voorvoelde dat ik daarvoor radicaal afscheid zou moeten nemen van mijn geestesinhoud. Wellicht hielp het mij heel wel dat ik vond dat mijn opgebouwde geestesinhoud in essentie illusoir was. Onecht was.

 

Mijn biografie: een terugkeer met pijn

Als kind mocht ik niet zijn wie ik werkelijk was. Ik groeide op in een domineesgezin waarin van alles misging. Mijn vader zorgde als predikant prima voor mijn onderdak, scholing en kleding. Mijn moeder verzorgde de huishouding bovengemiddeld goed. Maar de liefde… Waar was de liefde? De onvoorwaardelijke liefde? Op mijn 9de levensjaar besloot ik tot totale schijnaan­passing aan de geboden van mijn vader en de verboden van mijn moeder. Tegen mijn oor­spronkelijke wil in.

Wanneer leven overleven wordt, wordt waarheid geweld aangedaan. Maar ik had geen keus. Ik zag voor mijzelf geen andere overlevingsstrategie weggelegd. Mijn twee oudere broers boden jegens mijn ouders veelal vaker verzet, maar als jongste zag ik dat ook zij machteloos bleken. Kinderlijk intelligent dacht ik toen ‘als ik nog vijf jaar verzet moet tonen zonder ook maar één millimeter resultaat haak ik af’. En zo geschiedde.

Vriendjes mochten nooit in huis komen. Lid worden van een sportclub was verboden. Gewoon genieten van de wereld werd mij door mijn vader ontnomen middels zijn uiterst indringend hardop uitgesproken monologen; volgens hem was deze wereld niet de echte wereld. De echte wereld komt later, aldus mijn vader. O, wat heb ik geleden onder zijn dominerende domineepraat! Hij drong mijn doorlaatbaar hooggevoelige kindergeest binnen zonder respect voor mijn autonomie.

Geestelijke verkrachting door mijn vader en sociaal-emotionele zielkrenking door mijn moeder hebben mij als mens een buitengewoon beproevend remmende levensstart gegeven. Ervoer ik op de lagere school de contacten met vriendjes, vriendinnetjes, meesters en juffen als heel liefdevol, integer en gelijkwaardig, zo anders was dat nadat ik weer de drempel van de pastorie passeerde. Ik vind het verdrietig dat dit mijn beleefde gezinswaarheid was, maar het was écht zo. Ik huil.

Vanaf mijn 9de leefde ik als ziel pseudodood. De zo voelbare pijn die mij dagelijks werd aangedaan, poogde ik te verdringen door mijn ware ik op te sluiten in de kelder van mijn oorspronkelijk gezonde bewustzijn. Tien jaren van kille opsluiting maakten dat ik die enorme pijnen kon vermijden, maar ik creëerde er tegelijkertijd bijkomende psychische klachten mee. Angst, paniek en hyperventilatie. Op mijn 19de werd ’t mij teveel; ik kreeg een zenuwinzinking.

Enkele maanden ging ik toen wonen bij oude buren. Ik was kapot. Helemaal op. Ver heen. Het schooljaar uiteindelijk toch nog succesvol afgemaakt, maar ik voelde heel goed aan, dat ik er nog lang niet was. Me overgeven aan een therapie leek mij nog te confronterend, daar ik immers tien jaar lang de waarheid had moeten liegen. En dus in de diepte tien jaren van stuwmeerpijn had opgespaard. Eerst wilde ik graag één jaar mooie ervaringen opdoen. In het buitenland.

 

Buitenlandse avonturen: een ander leerpad

Een week voor mijn 20ste verjaardag vertrok ik naar Londen. Ik werkte kort bij een groothandel, maar ging al gauw solliciteren bij Daks Simpson Piccadilly. Bij Simpson kon ik aan de slag als verkoper topconfectie. Een prachtige tijd had ik daar! Nog steeds denk ik er met gelukgevende positiviteit aan terug. Hoffelijk, collegiaal en Engels’ humorvol. Zó was het daar. Mijn lichaam en geest kon ik onderwijl niet volledig ontspannen, maar mijn ziel schonk ik de benodigde rust.

Na een jaar Londen besloot ik voor Daks bij Geissler Königsallee in Düsseldorf te gaan werken. De verkoop en de taal gelukten in Duitsland gaandeweg net als in Engeland bovenwel, maar mijn onderhuidse spanningen duldden het niet langer. Na een half jaar voelde ik mij verplicht om voortijdig ontslag te nemen. Doelbewust koos ik ervoor om opnieuw bij mijn ouders in huis te gaan wonen. Teneinde te onderzoeken wat de mogelijke oorzaak was van de ouder­lijke onliefde.

 

Mijn ouders: een nieuwe confrontatie met mijn vader, maar geen afrekening

Middels logisch nadenken en paranormaal schouwen - helder voelen en helder weten - con­clu­deerde ik na pakweg zes maanden dat vermoedelijk mijn vader ten grondslag lag aan veel gezinsellende. Ik confronteerde hem met mijn vermoeden. Ik legde mentaal grote druk op hem. Inhoudelijk wist ik niet wat er exact aan de hand zou kunnen zijn, maar intuïtief bevroedde ik dat juist hij de bron was van alle neurotiserende aspecten zoals spanning en angst binnen ons gezin.

Twee maand later - oktober 1989 - kwam dan het hoge woord eruit. Mijn vader kroop over de vloer. Vol van emotie. In tranen biechtte hij op dat hij en mijn moeder in 1960 een aan hen beiden afzonderlijk gegeven psychiatersadvies gezamenlijk hadden verworpen. Zijn professoren van de theologische universiteit in Kampen en ook zijn eigen vader adviseerden hem indertijd dat hij zijn ware identiteit maar moest gaan verdringen. Hij besloot tot zelfverloochening.

Ofschoon mijn ouders dus individueel een negatief trouwadvies ontvingen, trouwden mijn vader en moeder wel. Na tien jaar huwelijk geraakten zij beiden in crisis en besloten wederom dat hun huwelijksgeheim definitief verdrongen moest worden. Mijn moeder ging sedertdien totaal op slot. Ware empathie tonen jegens mij en mijn broers? Was nergens te vinden! Zoals gezegd: vanaf mijn 9de ging mijn ziel ondergronds. Lichaam en geest acteerden bovengronds. Gescheiden.

Alice Miller schreef het boek ‘Drama van het begaafde kind’. Op uitmuntende wijze legt Miller daarin uit hoe een moeder haar kind narcistisch kan bezetten. Ik heb dat meegemaakt. Helaas. Mijn authentieke zelf werd door mijn moeder gemanipuleerd. Mijn godgegeven auto­nome beslissingsvrijheid werd gevoelloos genegeerd. Keihard. Na dit veelvuldig gemanipuleer, gedroeg mijn moeder zich veelal alleraardigst. In feite incongruent. En dat had ik maar al te goed door.

 

 

Natasha Kampusch schreef het boek ‘De diefstal van mijn jeugd’. Lichaam, geest en ziel van de 10-jarige Kampusch werden door een ontvoerder dik acht jaar lang in een kelder opgesloten. Om te overleven, koos ook zij de weg van aanpassen. Gelukkig kon ík overdag gewoon naar school, maar qua gevangenisgevoel herken ik haar ervaringen volkomen. In een gezonde geest jezelf zelfbewust psycho-traumata moeten laten oplopen, is onverwijtbaar, maar hevig invaliderend.

 

De donkere kanten van mijn verleden en het geloof

Om u als lezer uitgebreid de donkere kanten van mijn verleden te kenschetsen, is niet het doel van mijn schrijven. Toch meen ik het verkort mee te moeten delen. Opdat u mijn mystieke nalatenschap zijdelings in een alledaags menselijk kader kunt plaatsen. Zware donkerte gaat niet zelden vooraf aan mystieke verlichting, maar in essentie gaat het mij erom dat ik u en uw ziel graag mee wil delen wat wellicht troostrijk, bemoedigend en enthousiasmerend zal zijn.

Na Londen en Düsseldorf negen maanden bij mijn ouders te hebben ingewoond, verhuisde ik - ten tijde van de vaderlijke biecht - naar een piepkleine woning op het platteland. Eens in de drie weken voerde ik reeds een gesprek met een hypnotherapeut, maar dat onderhoud ging nimmer over mijn zoektocht naar waarheid. Bezijden de heilzaam hypnotherapeutische gesprekken begaf ik mij heimelijk in een spirituele queeste. Ik hunkerde naar de waarheid. Ik verlangde naar God.

Grootgebracht met gereformeerd geloof had mij allerminst vrijgemaakt. Het christelijke geloof gaf mij veeleer een gevoel van opgeslotenheid. Het geloof maakte mij juist onvrij. Geloven vond ik niet intelligent. Elke vorm van geloof én ongeloof achtte ik onwijs. Derhalve was ik geheel bereid het mij opgelegde geloof volledig te verwerpen. Tevens doorzag ik dat ook het vasthouden aan niet-religieus alledaagse geloofsovertuigingen in essentie het beste kon worden verworpen.

Doordat ik indertijd - op mijn 22ste - diep in mijn binnenste keek, kreeg ik uiteindelijk het inzicht dat waarheid nimmer vindbaar is binnen het verstand. Binnen het denken zou waarheid dus onvindbaar zijn. Toen kwam in mij de gedachte op dat de waarheid dan wellicht te vinden zou kunnen zijn voorbij het intellect. Door onstilbaar verlangen besloot ik gedecideerd een intiem zeer gevaarlijk experiment aan te gaan: me losweken van mijn ratio.

Misschien onbewust mede beïnvloed door de sessies van mijn hypnotherapie begon ik er in mijn geest al meer naar te verlangen om al mijn geestesinhouden te gaan legen. Ik wilde mij immers maar wat graag bevrijden van al die waanzinnige - niet echt eigen - overtuigingen welke ik thuis religieus en praktisch verplicht was te internaliseren. Ik zag in dat de-ïdentificatie met de mij jarenlang opgelegd psychologische en religieuze geboden en verboden bevrijding kon bieden.

Mijn denkvermogen wilde ik natuurlijk ’t liefst nooit definitief verliezen, maar mijn inzicht noopte mij serieus te overwegen mijn gedachtenidentificaties op te geven met het risico mijn intellect misschien wel voor altijd kwijt te zijn. Let wel: ik had over dit soort innerlijk proef­onder­vindelijk onderzoek nooit iets gelezen. Ik liet mij leiden door mijn intuïtie, paranormaal innerlijke schouwing voor zover die reikte en hopelijk ooit terecht blijkende groeiend vertrouwen in ene God.

God en waarheid zijn wat mij betreft connotatief eender. De gedachteninhoud van beide begrippen definieer ik idealiter identiek als zijnde leeg. Terwijl ik mij sinds mijn mystieke verlichtingservaring natuurlijk dondersgoed realiseer hoe paradijselijk onbevattelijk vol die leegte was, is en blijven zal. Wie daar is geweest - en wie daar sindsdien nooit niet is - weet dat de inhoud van de woorden ‘God’ en ‘waarheid’ hier in eeuwige liefde onsterfelijk samenvallen.

Het leegmaken van mijn geest deed ik tezamen met het welbewust verzwakken van mijn geestesgrens. De geestesgrens probeerde ik zo maximaal mogelijk doorlaatbaar te maken. Waardoor ik met enig geluk eenvoudiger voorbij de ruimte van mijn individuele bewustzijn komen kon. Ik trachtte op deze wijze mijn geest optimaal ontvankelijk te maken voor welk ene waarachtigheid dan ook dat bij mij vanuit het universele bewustzijn individueel kon binnenkomen.

Op het moment suprème bleek uiteindelijk ook niet zozeer dat ik voorbij mijn individuele bewustzijnsgrens kon komen, maar dat ik de ultieme voorwaarden had geschapen waarmee het universeel goddelijk gelukzalig eeuwige bewustzijn zich als het ware in mijn persoonlijke brein een nimmer verdwijnbare positie kon gaan verwerven. Klaarblijkelijk had ik mij succesvol ontvankelijk gemaakt; mijn grenzen stonden wagenwijd open. God kon binnenkomen. En dat gebeurde!

 

Spreken en schrijven over goddelijke waarheid

Schrijven en spreken over de goddelijke waarheid acht ik eigenlijk onwijs. Maar goed, er niet over communiceren vind ik eerlijk gezegd ook niet correct. Weinig humaan. Want het bewustzijn wat mij op een genadig moment als meest geliefd eeuwigheidscadeau gemeengoed werd, behoort ten diepste een ieder toe. Toch is het openlijk uitdragen van mijn opgedane bewustzijn omtrent de genoemde begrippen niet zonder gevaar. Gevaar van misinterpretatie en risico op veroordeling.

Wie zich onderscheidt, maakt zich niet gauw geliefd. Al helemaal niet wanneer het ziels­kwesties betreft. Zulke zaken komen allemaal te dichtbij. En ook: velen hebben dat gebied voor de door hen geveinsde eeuwigheid zeker verklaard. Keihard versteend tegenover tegenstellingen. Vanuit geloof, filosofische voorkeur of aangenomen wetenschap. Niemand mag daar van hen aankomen. Ik begrijp dat wel, hoor. De meesten laten zich levenslang ontvoeren door onverlichte ideeën.

Wie het absolute heeft ervaren, weet dat hij of zij in onze alledaags relatieve werkelijkheid geen woorden kan vinden om de boodschap van het non-relatieve bij luisteraars ruisloos verstaanbaar te maken. Wel kan worden begrepen dat een mens die de pijn van de waarheid verdringt dit doet middels een vorm van schijnverlichting. Maar onbegrepen blijft de mens die de waarheid bij leven onvoorwaardelijk aanvaardt en door genade sterft en in het absolute verlicht geraakt.

Voorafgaand aan mijn mystieke verlichtingsmoment doorwaadde ik de doodlopende rivier. Niet wetende wanneer zich aan mij het moment van het sterven zou voordoen. De andere zijde bepaalde het moment. Niet ik. Ook hiervoor gold in feite: een mens kan zichzelf hoogst ontvankelijk maken voor het einde, maar het slot wordt beslist door de goddelijke natuur. Die dood bleek de ware geboorte. De finish van mijn zelfverduistering was de start van Mystiek Geluk.

 

Mijn spontane mystieke ervaring: het sterven naar een andere wereld

De transitie van mijn psychologische zelfverduistering naar de mystieke zelfverlichting was, is en blijft het meest betekenisvolle wat mij in mijn mensenleven is overkomen. Ik stond tegenover een koe. Ik keek in haar rechteroog. Ik verdween. In dat oog. Achter dat oog. Mij openbaarde een wereld die exact bleek samen te vallen met de wereld waarin ik mij bevond. In helder bewustzijn stond ik in dat weiland. Mij overviel een aanwezigheid zoals ik nog nooit ervaren had.

Ik wás die aanwezigheid. Maar ik was het ook niet. Overduidelijk was niet ik het die zich aan mij openbaarde. Overduidelijk was wel ik het die zich reveleerde. Volgt u mij nog? Ik begin me nu ineens aan u paradoxaal uit te laten. Dien ik mij hiervoor te excuseren? Nee, toch? Dat uw logica mijn schrijven niet volgen kan, betekent nog niet dat ik als schrijver u ineens onzin en onwaarheid zou meedelen. U openen voor alogica helpt mijn schijnbaar tegenstrijdige stellingen te verstaan.

 Dat uw intellect flitsend vlug dreigt af te haken, kunt u beschouwen als een wake-up call. Het terrein van het onzeker niet-logische hebt u mogelijk levenslang weinig ontgonnen. Welnu, dat is geen verwijt, maar veelal een feitelijke constatering. Waarin ik u hoop te bereiken, is dat u zichzelf afvraagt waarom u in uw denken af wil haken wanneer het wiebelig wordt. Waarschijnlijk ligt uw huidige balans binnen de logica. Bij mij ligt ie buiten de logica en buiten de alogica. Er tussenin.

Vanuit dit zwevende midden vertel ik u standvastig hetgeen ik ervoer tijdens mijn verdwijning. In dat moment van eenwording met het koeieoog fuseerden twee kijkers. Vloeibare ogen verbonden zich. Mens en dier. Wij werden één. Ons uiterlijk kijken transformeerde zich direct in innerlijke doorschouw. In mijn belevingswereld keek ik dwars door het zintuiglijk zichtbare heen. Ik ging als het ware het hoekje om. Zonder werkelijk dood te gaan. Ik keek rechtstreeks in de levensbron.

 

 

Zo plotsklaps dít onzichtbare zien, beleefde ik als on-uitdoofbare gelukzaligheid. De aard van het zien was onvergelijkbaar met welke paranormale waarneming dan ook. De waarneming welke mij ten deel viel, was er een van geheel non-ik. Mijn ik was niet bezig om een onwaar­neembaar geestesland middels een soort van helderziendheid te gaan infiltreren. Neen, het kwam allemaal ongedwongen, onopzettelijk, onverwacht naar mij tóe. Een heilige koe schonk mij de waarheid.

Mijn zijn werd daardoor sedertdien tegelijkertijd mijn Zijn. Ik zag de eeuwigheid, maar ervoer eveneens dat ik die eeuwigheid ben. Ik was, ben en blijf de eeuwigheid. Daarom ben ik sinds mijn mystieke verlichtingservaring zo gelukkig. Ik ben gelukzalige eeuwigheid! Wonderlijk bleek ook dat mijn eeuwigheid parallel loopt aan mijn tijdelijkheid. Mijn altijddurendheid is nú al. Het paradijselijk zijnde iets is onlosmakelijk mijn goddelijke ziel. Het zieldeeltje Gustaaf besef ik mij daar en hier.

Waar ik ben? Hier en daar. In essentie zie ik geen verschil. Vanuit mijn zielsbesef weet ik dat ik overal ben. Als een deeltje in de kosmos dat hoegenaamd nergens is. Mijn intellect hoeft niets meer op te lossen; mijn intellect is zelf opgelost. En wanneer u in uw denken nog rondloopt met allerlei vragen, nodig ik u Vriendelijk uit om hetzelfde te doen: uw denken laten oplossen. Uw denken verlaten, uw denkgrenzen verzwakken en vervolgens ontvankelijk afwachten.

 

De onmogelijkheid van een verbale representatie van mijn verlichting

Wanneer ik iets dergelijks aan medemensen opper, kijken mensen mij al gauw aan met een blik van huiver. Vaak ook hoor ik dan vlot de opmerking ‘Ja, hallo zeg, ik ben toch niet gek?!’ Nee, wat ik gesprekspartners in liefde aanreik, wordt niet hartelijk omarmd. Hun directe redenatie laat mij snel weten dat zij zoiets nooit zouden doen. Het verstand, het denkvermogen, het intellect, het hoofd, de ratio, de logica, het geconditioneerde brein wenst men niet op te geven. Ik begrijp dat.

Het geestelijke gezondheidsanker overboord gooien, is natuurlijk ook niet hetgeen ik vroeger beoogde. Integendeel. Maar op mijn 22ste vertelde mijn intuïtie mij dat ik bereid moest zijn om mijn denken te verlaten teneinde daarbuiten mogelijk waarheid te kunnen vinden. Wie weet, zal mijn schrijven aan u u inhoudelijk kunnen boeien - en dat is al winst - maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik van mening ben dat overdracht van mijn mystieke bewustzijn onmogelijk is.

Indien u werkelijk het pad van verlichting wenst te bewandelen, dient u zich toch echt zelf te gaan openen. U open te stellen voor de ruimte van het niet-weten. Voorbij het denken is die tak van weten vindbaar. Hoe u daar denkt te komen, is aan u. Mediteren kan u behulpzaam zijn. Kies daarin uw eigen voorkeur. Mij heeft de kundalinimeditatie van Bhagwan Shree Rajneesh ooit bekoord. The Quantum Light Breath, een ademmeditatie van Jeru Kabal, kan u ook helpen.

De ruimte van het niet-weten is niet hetzelfde als de ruimte van het niet weten. Met niet-weten bedoel ik inhoudelijk aan te geven dat dat de ruimte is van het geschouwd hebbende onweetbare. Ik weet het onweetbare. Dat wat middels denken nimmer weetbaar wordt. Wetenschap zal in mijn mystieke ogen het onweetbare nooit binnen haar domein kunnen inlijven. Wetenschap onderzoekt wat zij nog niet weet - en dat is schitterend - maar niet voorbij de grens van niet-weten.

 

Het kosmisch bewustzijn in een flits

Richard Maurice Bucke schreef in zijn boek ‘Kosmisch bewustzijn’ dat hij met stelligheid verklaart dat hij in de weinige seconden van verlichting méér heeft geleerd dan in de voorafgegane maanden of zelfs jaren van studie, terwijl hij bovendien veel leerde wat geen studie hem ooit had kunnen openbaren. Ook stelde hij dat het niets te maken had met ‘geloven’. Hij zag en wist dat de kosmos geen dode materie is en dat de ziel van de mens van aard onsterfelijk blijft.

Zijn woorden van waarheid komen overeen met hetgeen ook mij is toegevallen. Ik weet direct dat hem hetzelfde is overkomen als mij. Ineens het licht zien. Het is een ervaring die zich uiteraard maar één keer kan voordoen. Ik herhaal: de mystiek verlichtende beleving kan zich in een mensenleven slechts eenmaal voordoen. Bucke en ik weten zeker dat wij de waarheid van het aanschouwde nooit in twijfel kunnen trekken. En nee, geachte criticus, dat is geen overtuiging.

Het zijn juist alle geloofsovertuigingen die zijn opgebrand alvorens tot dit onbetwijfelbare weten te kunnen komen. De mystieke uitlating ‘vergeet niet te sterven voordat u doodgaat’ is exact dat wat iemand overkomt wanneer de jarenlange duisternis door dit ene lichtmoment nooit meer als duisternis kan worden beleefd. De existentiële vraag of er licht is in de duisternis wordt onomkeerbaar beantwoord. Wetenschappelijk weten of kerkelijk geloven? Nee. Ervarings­weten!

Het moment van verassing is het moment van verzekering. Een verzekering die niet meer hoeft te worden uitgekeerd. Na de verbranding ben ik namelijk totaal ingekeerd. Volkomen mijzelf. Mijn ware zelf. Mijn onsterfelijke ik. In Mystiek Geluk schreef ik het navolgende: weten­schap, wijsheid en geloof blijken mij hindernissen gelijk onwetendheid, domheid en ongeloof. Beter kan ik het niet samenvatten. Het ik dat ik daar ontmoette, ging en gaat voorbij aan het aards allerhoogste.

 

Hier schiet de wetenschap tekort: sterven voordat je doodgaat

Ik erken uiteraard de schoonheid van wetenschappelijke en wijsgerige waarheid. Ook erken ik op hartsniveau het gevoelig hoge reiken der poëzie. Maar geloof veracht ik. Geloof acht ik een sta in de weg. Geloof schept het obstakel tussen God en mens. Ik vind dat gelovigen geweld wordt aangedaan door geestelijken die als mediator optreden. De ware geestelijke dient in mijn ogen te verkondigen dat gelovigen hun geloof dienen los te laten en te leren omgaan met niet-weten.

Mijn vader was predikant. Het geloof heeft hij er bij mij ingeramd. Luid en duidelijk, soms subtiel. Op indringend illusionerende wijze drong mijn vader mij in het feitelijke heden woordelijk zijn fictief hiernamaals op. Zijn denkbeelden doelden erop dat mijn notabene godgegeven waarneming zich vanaf mijn vrije, prille kinderjaren zouden gaan verruilen met zijn zogenaamd goedbedoelde geloofsrealiteit. Zijn aan mij opgedrongen geloofsperceptie zag en zie ik als kinder­mishandeling.

Geestelijke kindermishandeling vindt allemaal plaats in het onzichtbare. Wie gevoelig is - en wie is dat aanvankelijk niet - krijgt klappen in het gezicht. Sommigen dagelijks. En niemand die ingrijpt. Wat een eenzaamheid! Een volmaakt geboren baby - hetgeen u en ik ooit waren - krijgt heel wat te verduren. Mijn vroegste herinneringen beginnen rond mijn 5de levensjaar, maar vanaf mijn 8ste wat helderder. Op mijn 9de besloot ik mij met opzet schijnheilig af te sluiten voor het misbruik.

Vreemd genoeg kon mijn moeder zich vroeger enerzijds moederlijk lief gedragen, anderzijds was zij onredelijk streng. Alvorens zij zich jegens mij aardig gedroeg, manipuleerde zij mijn natuurlijke ik. Beschadigend. In haar rol van domineesvrouw gedroeg zij zich gelijk een Hyacinth in de Britse comedyserie ‘Schone schijn’. In ‘Keeping up appearances’ deed Hyacinth zich voor als iemand uit de upper class. Zo acteerde mijn moeder ook. Gelijk mijn vader. Zó hield hun spel stand.

Ofschoon mijn ouders beiden wisten dat het doek gevallen was, hielden zij de schijn overeind. Onder de noemer van liefde. Ergens was het ook wel een liefdesvorm, maar eerder trouw, denk ik. Trouw aan de huwelijksbelofte, ontrouw aan ieders ware ik. Dat was hun drama. Zij zetten door. Jarenlang. Tegen de stroom in. Stronteigenwijs. Oerdom. Destructief. Ik wil er verder ook eigenlijk over ophouden. Maar weet, beste lezer, dat ik mij door beschadiging realiseer hoe het níet moet.

 

Het verlichtingsmoment: de eeuwigheid is nu al…

Weer terug naar mijn verlichtingsmoment. Mijn bewustzijn ontvangt het goddelijke inzicht in de onmogelijkheid van sterven. Tja, hoe zal ik u dat nu eens uitleggen? Ik zag dat sterven niet bestaat. Alles en iedereen is eeuwigheid. Bezield. Panpsychistisch. Monistisch. Zó ervoer ik dat. Alsof mijn persoonlijke zieldeeltje levenslang en stervenslang aanwezig is en blijft in een soort van zaligzijnde zielenzee. Reeds nu. Levend zijn of dood, doet er dus niet toe. Uw zieldeeltje ís.

Het hele idee dat de eventuele eeuwigheid volgens gelovigen ná hun leven zich zou kunnen gaan voordoen, is onjuist. De eeuwigheid is nu ook al in u. Uw Zieldeeltje bevindt zich aldaar hier en nu. Reeds tijdens uw leven vertoeft uw onvergankelijke zijn nimmer sterfbaar in dat uiterst ware, oneindig onvoorwaardelijk liefdevolle zijnsdomein. In de verlichting stierf in mij iedere vorm van kijkrichting. Het ware ik was perspectiefloos. Het punt van waaruit ik keek bleek onvindbaar.

Mijn ik-verdwijning betekende de ik-verschijning. Het onechte viel weg. Het echte stond op. Heel apart eigenlijk. Het schijnbaar echte verdween en het wezenlijk ware verscheen. Moeite om het oude los te laten, was er niet. Er was alleen maar een onmiddellijk resoneren met het zieldeeltje. Waardoor ik direct ook mijzelf als meegolvend onderdeel van alles en iedereen beleefde. Alsof het nooit anders was geweest. Mijn oorspronkelijke wezentje wist stante pede: hier hoor ik thuis.

Overduidelijk realiseerde ik mij God te zijn zonder God te zijn. Ik bedoel: mijn zieldeeltje was en is en blijft een ieniemini golfje van het goddelijke. Bescheidenheid uiteraard. Maar als deeltje ervoer ik het oceanische geheel. Ik was heel even de oceaan. Ik was heel even God, onderdeel van God. Te heilig om te noemen. Toch zeg ik het u. En nogmaals: neem niets van mij aan, ga niets geloven van wat ik u zeg. Verwerp mijn tekst. Verwerp echter in wijsheid ook de uwe.

 

 

Al die teksten, al die informatie. Heerlijk om te weten, leuk om op te slaan. Maar ook belastend. Versluierend. Aandachtopeisend. Vermoeiend. Wie is er niet regelmatig informatie­moe? Ach, het heeft voordelen en nadelen. Maar om tot de godservaring te komen, lijkt mij ont­sluiering de weg. Al het talige wissen. Ja, ja, dat is wel erg radicaal. Maar zo heb ik ’t gedaan. Mezelf als het ware gedehypnotiseerd. Met posthypnotische suggesties van ideaal gezien levenslange leegte.

Wie de opgeslagen informatie volledig wist, komt al dichter bij zijn of haar potentie. Leeg worden van juist ook uw wonderschone wijsheden en wetenswaardigheden creëert ruimte voor iets nieuws. Iets anders. Het niet opnieuw invullen van uw verworven leegte kan het mogelijk maken dat het universele weten en de universele wijsheid bij u kan binnenkomen. Wie de gehechtheid aan de kleine of grote geest die u bent, durft los te laten, maakt plaats voor het allerintiemste.

Bij leven zijn weinigen bereid hun leven te geven. Ik deed het. Niet dat ik zo graag dood wou. Natuurlijk niet. Ik wilde juist de waarheid vinden, God ontmoeten. Het was ook niet een fysiek sterven. Ik bereidde mij voor op een geestelijke dood, waarvan ik hoopte dat die echt was, maar in de diepte illusoir zou zijn. Zo was het. Mijn ego stierf niet, maar ik doorzag nauwgezet hoe onecht de vorm en vooral de inhoud van karakter was. Heerlijk om die sluier te hebben doorzien.

 

Mystieke informatie: voorbereiding op mijn fysieke sterven?

Lichaam en geest zal ik tijdens mijn fysieke dood ooit afleggen. In feite heb ik er ten diepste, sinds mijn verlichtingsmoment aan het eind van mijn 22ste levensjaar, al enigszins afstand van gedaan, maar ik ben reuzeblij dat ik gedurende mijn aardsfysieke bestaan mijn lichaam en mijn geest tot op heden in ruimvoldoend gezonde staat ter beschikking heb. Ik dank God daarvoor! Het hele leven is eigenlijk een leven in genade. Waarbij je jouw goedgunstigheid meehelpt. Of tegenwerkt.

Mijn ontmoeting met het universele zijn neemt geen afscheid. Sinds pakweg 35 jaar sta ik als zieldeeltje onophoudelijk in contact met de kosmos. Mijn eeuwigheidsbewustzijn is nimmer verliesbaar. Mijn unieke trillingspositie was, is en blijft waar ie is. Daar ben ik. En dat zogenaamde daar is exactement ook hier. Ergens en nergens. Beter kan ik het niet zeggen. Maar ik schrijf dat niet om even lekker gevat te doen, hoor. Ik vertolk de locatie ’t best als zijnde lokaal non-lokaal.

Het zielgolfje is lokaal en non-lokaal ondetecteerbaar en toch was en is mijn ervaringsinzicht dat het correct is wanneer ik de locatie-eigenschap als zijnde schijnbaar tegenstrijdig definieer. Het klinkt paradoxaal - en dat is het dus ook - dat het zieldeeltje ten diepste - op het niveau van de eeuwigheid - non-lokaal is én zolang een subject leeft of een object bestaat een zieldeeltje lokaal verbonden is met een bepaalde lichamelijke of materiële stoffelijkheid, maar zo zag en zie ik het.

 

De kwantumfysica: een interpretatiekader?

Mijn alledaags fysiekgebonden geest kan niet anders dan redeneren middels dualiteiten. Het hanteren van gescheidenheden zegt ook zeker iets over de aard van de menselijk spirituele werkelijkheid. Helemaal prima. Maar het niet-twee aspect van de spirituele realiteit gaat het verstand te boven. De kosmische eenheid, inclusief alle gescheidenheden, is niet te bevatten voor het menselijk denkvermogen. Schijnbaar waanzinnige tegenstrijdigheden worden niet verwerkt.

Dat de kwantumfysica de hedendaagse wetenschap vanuit aanvankelijke gedetermineerd­heid inmiddels niet meer anders kan dan middels bewijs betwijfelbaar maken, acht ik een goddelijke grap. Wat ontzettend fijn dat de dominant dogmatisch materialistische weten­schaps­benadering zichzelf mag gaan relativeren. Ik blijf natuurlijk dankbaar voor de bewezen uiterst significante bèta-benadering van de wetenschap, maar ik kijk uit naar een soort spiritueel parallel paradigma.

Waarom de werkelijkheid wetenschappelijk niet ook benaderen middels een extra paradigma dat buitenzintuiglijke fenomenen onderzoekt? Desnoods op basis van intersubjectiviteit. Onbewuste geloofsovertuigingen gaan vaak ook vooraf aan harde wetenschap. De harde weten­schap mag dan terecht bezorgd zijn inzake niet bewuste geloofsopvattingen of zelfs bewust toegevoegde geloofsgedachten wanneer subjectiviteiten wetenschap worden. Akkoord. Zoiets dan dus borgen.

Op 20 april 2012 gaf Rupert Sheldrake in Groningen een lezing met als titel ‘The science delusion. Freeing the spirit of inquiry’. Jan Willem Romeijn was opponerend co-speaker. Sheldrake schreef ik enkele dagen na zijn lezing de navolgende mail:

 

Correspondentie met een deskundige wetenschapper

 

Dear Mr Sheldrake,

On 20th April 2012 I attended your lecture in Groningen. Due to a shortage of time I was unable to tell you the following:

I once studied psychology at the university of Groningen (RUG). But I consciously failed to complete the study because of the fact that I had and have a distinct perception (knowledge) of truth. When I was 22, one year before I went to university, I ‘received’ an (enlightening) mystical experience. Although I could write a lot about it, I will - according to your request - keep it short.

My mystical experience lasted a few seconds (of eternity; I’m afraid that writing in paradox is the only way to communicate this meta-logical experience). All of a sudden, within the experience, I ‘saw’ that there is no difference between mind and matter, between subject and object, between so called alive material and so called dead material. In non-scientific words I could say that I experienced truth, I experienced God, I experienced space and time beyond thinking.

In my opinion (Western) philosophy and science bases itself too much on reaching truth by thinking. Part of the existing pluralistic (dogmatic) materialistic approach of science should be an approach of non-thinking. Knowledge of non-thinking could than become a faculty of let’s say science of mystics. Of course, the difficulty of evidence will remain. But evidence is a matter of thinking.

 

Dear Mr Sheldrake, could you please respond on my thesis ‘Truth exists, but consciousness of truth cannot be found in science’.

I admire your persisting scientific work. And I wish you ongoing success and joy in your professional and personal Life.

 

Yours sincerely, Gustaaf Rutgers

 

P.S.: You mentioned Leiden and Amsterdam, but as far as I know only in Utrecht there has been a faculty of parapsychology.

 

In reactie op mijn schrijven ontving ik op 23 april 2012 de volgende mails:

 

Dear Gustaaf,

Thank you for your very interesting and encouraging email which I will pass onto Rupert Sheldrake for his reply.

I have also included your powerful mystical experience onto our database.

Best wishes, Pam Smart (Researcher)

 

Dear Gustaaf,

Thanks for your email and for telling me about your experience.

I completely agree that there are forms of experience which go way beyond anything science can achieve of formulate.

And even in the sphere of religion, although all religions are ultimately based on this mystical experience, attempts to formulate it in words are invariably limited.

Nevertheless religions can still be helpful. My main teacher in this main area was Father Bede Griffiths, in whose ashram I lived in India.

You might be interested in looking at some of his books, like The Marriage of East and West.

 

Best wishes, Rupert Sheldrake

 

In 2014 heeft Sheldrake aan het ‘Manifesto for a post-materialist science’ zijn aandeel goed bijgedragen. Punt 9 vermeldt: ‘Studies of the so-called psi-phenomena indicate that we can sometimes receive meaningful information without the use of ordinary senses, and in ways that transcend the habitual space and time constraints.’ Punt 15d: ‘Minds are apparently unbounded and may unite in ways suggesting a unitary, One Mind that includes all individual, single minds.’

Punt 15f: ‘Scientists should not be afraid to investigate spirituality and spiritual experience since they represent a central aspect of human existence.’ Punt 5: ‘Faith in the nearly absolute dominance of the ideology of materialism, as an exclusive planatory framework for reality, has compelled scientists to neglect the subjective dimension of human experience.’ Ik ben blij dat er binnen de wetenschap wereldwijd gestreden wordt voor de introductie van een ander denk­raam.

 

Richtingenstrijd: materialisme en het mentale domein

De richtingenstrijd wordt vooralsnog keer op keer gewonnen door de materialisten. De idealisten winnen wellicht enig terrein en enig respect, maar van een overwinning is tot op heden zeker geen sprake. Het is ook niet zo dat de idealisten betogen de materialisten gelijk David ene Goliath dodelijk te willen raken; in bovengenoemd manifest wordt bijvoorbeeld ook afsluitend duidelijk gesteld: ‘Post-materialism is inclusive of matter.’ Idealisten willen wel hand in hand, maar zíj niet.

Ervin László zoekt middels zijn ‘Institute of new paradigm research’ en zijn ‘theory of everything’ een bevredigende oplossing voor de strijd tussen wetenschap en religie. ‘The scientific and medical network’ streeft naar het complementeren van materialistische wetenschap en mystieke kennis. Bernard Carr ‘is developing a new psycho-physical paradigm which accommodates normal, paranormal and mystical experiences.’ Kijk, daar word ik dan weer heel blij van!

Carr zei in een interview met de Essentia Foundation december 2023, dat er in Groot-Brittannië momenteel meer dan 100 gepromoveerde parapsychologen zijn. Mooi! Trouwens, de Essentia Foundation verricht zelf ook goed werk. Fred Matser heeft de stichting opgericht; in zijn video ‘Beyond me’ legt hij zijn mystieke ervaring duidelijk uit. Matser heeft Bernardo Kastrup aangesteld als uitvoerend directeur. Kastrup is een hedendaags vurig pleitbezorger van het idealisme.

 

 

Fritjof Capra schetst in 1975 in zijn boek ‘The tao of physics’ parallellen tussen de moderne fysica en de Oosterse mystiek. Volgens Capra observeren fysici gelijk mystici. Eerstgenoemden doen dat empirisch uitwaarts, laatstgenoemden meditatief inwaarts. Golfdeeltjes zijn in de diepte ontoegankelijk voor de zintuigen gelijk de transcendentale bewustzijnsstaat voorbijgaat aan het gangbaar alledaags zintuiglijke. Resultantes van kwantumfysica en mystiek tarten ons bewust­zijn.

 

In reactie op een artikel, ‘De Fysica Haalt de Mystiek In’, ageerde ik in 2022 op de site ‘Ongrond’:

Tijdens mijn mystiek verlichtende moment ervoer ik dat wat samenvalt met fysica én wat aan fysica voorbijgaat. Als mysticus weet ik sedertdien het niet-weten. Ik wéét het niet-weten. Dit klinkt paradoxaal - en dat is het ook - maar ik kan het in taal niet anders uitdrukken. De mysticus heeft het niet-weten ervaren, is het zich bewust geworden. De wetenschapper, hoe geniaal ook, kan het niet-weten nimmer bereiken. De wetenschapper kan wel of niet weten (let op: zonder verbindingsstreepje), maar de wetenschapper kan nimmer het niet-weten weten. Hoogstens indien een wetenschapper tevens mysticus is. En in dat geval weet die mysticus dat hij zijn niet-weten nooit binnen het domein van zijn wetenschap kan brengen. De fysica kan derhalve de mystiek nimmer inhalen. De voortschrijdende fysica kan wel een bijdrage leveren aan verdiepend metaforisch begrip van de mystiek, maar nogmaals: de fysica kan de mystiek nooit passeren. Ik schrijf dit zo stellig omdat ik het geZien heb. En ook omdat ik levenslang met plezier kennis neem van het uiteindelijk keer op keer falen van de wetenschap om mystieke kennis tot wetenschap te verheffen. Het hoogst subjectieve - en onder soortgenoten het hoogst intersubjectieve - laat zich objectief niet grijpen. De kern - het mystieke deeltje - is ongrijpbaar.

 

Waar wetenschap eindigt, begint de mystiek

Beide benaderingen van de ware werkelijkheid zijn wederzijds additioneel onmisbaar betekenis­vol. Maar goed, zoals gezegd, was en ben ik van mening dat waarheidsbewustzijn zich buiten het wetenschappelijke denken bevindt. Ook het alledaagse denken functioneert als bewolking voor de zon. Iets weten is niet hetzelfde als bewust zijn van iets. Iets weten is ook altijd gradueel. Het absolute bewustzijn - dus de realisatie van het niet-denken - kent niet geleidelijk opklimmend trapsgewijs hogere graden. De kenner van het absolute weet álles. Alles en niets. Niets vooral!

Bescheidenheid past hem of haar wie de goddelijke eenwording eenmalig eeuwigdurend beseft. Ervaringswijs arrogant stelling nemen roept tegenstelling op. Zo is ons menselijk denken geaard. Ook wanneer het om advaita gaat. Eind jaren negentig had ik tijdens een satsang van Douwe Tiemersma al een stevige aanvaring; ik was van oordeel - hij niet - dat na het moment van verlichting en zelfrealisatie het relatieve gedrag nadien zich zowel verlicht als onverlicht vertoont.

Zie hier de moeilijkheid van communiceren. Een mens kan eigenlijk niet anders dan volkomen alleen staan. Volledig autonoom. Communie is heel vaak heel moeilijk. Laat staan wanneer drie of meer mensen elkaar willen bereiken. Als de groep wat groter is, wordt het vaak eenvoudiger; de individuen haken inwendig af. En conformeren zich gaandeweg gerust aan de zogenaamde groepsidentiteit. Zo ontstaat dan eenheid. Schijneenheid. Impliciet aanvaarde camouflage.

Impliciete gespletenheid. Stilzwijgend aanvaarde chaos. Allerminst resonerend met het door David Bohm geïntroduceerde denkbeeld van de impliciete orde; een orde van onverdeelde heelheid achter onze zichtbare en tastbare wereld. Wie de uiterlijke kosmos innerlijk kosmisch heeft beleefd, is het niveau van intuïtief geloof of bewezen wetenschap voorbijgegaan. En nu voel ik mij ineens emotioneel. Het is de woordloze stilte wiens waarheid mij binnen en buiten overvalt.

 

Hier ben ik Daar

Op hetzelfde moment. In essentie is iedere vorm van gescheidenheid onwaar. Ik ben het. Overal. En altijd. In God. In liefde. Eeuwige liefde. Eeuwige zijndheid. Ik zie en ben een existentie die al het brein-zijn overstijgt. De ruimte, die geen ruimte is, is onvoorwaardelijk liefhebbende wezensgrond. Nimmer verliesbaar. Eeuwig bezittelijk. Zonder dit nadrukkelijk als bezit te hoeven benoemen of te moeten beschermen. Hier is het veilig. Dit is Godland.

Dit goddelijke punt, binnen noch binnen en buiten noch buiten, is puntloos. Een opening in open ruimte. Ik ben die opening, dat doorzie ik, maar die open ruimte maakt onmiddellijk connectie met mijn openheid, waardoor ik als een wonder er direct totaal mee samenval. De oceanisch kosmische uitgestrektheid genaakt mij. Niet andersom. Bijzonder, hè? Blijkbaar had ik álles gegeven - en ik weet dat dat zo was - waardoor niet ik, maar God, ons deed samensmelten.

Hoofdloos maakte ik mijn absolute buiging. Voorbij mijn brein ontving ik de goddelijke signalen. De binnenkomst van de niet te doden levende godsliefde is onvergetelijk. Het transformerende karakter heeft mijn persoonlijkheid als het ware tot in mijn ziel bevestigd en uitgewist. Schoongewassen. Of moet ik zeggen: ik was al zielschoon, maar ben me er ‘alleen maar’ bewust van geworden? Ook goed. Mij maakt het niet uit. Ik leef aan woorden en beelden voorbij.

 

Mijn dagboek als houvast

Laat ik u nu hieronder even tonen wat ik in een soort dagboek vóór 2014 schreef vooraf aan mijn voornemen om mijn mystieke beleving uit 1990, na jaren van verwerking, te gaan publiceren:

 

Dankbaarheid. Ik heb de hoofdprijs gewonnen. Op mijn 22ste. Ik ben Thuis. Ik heb God gezien. Ik ben God geweest. Heel even. En een eeuwigheid. Dank u, Heer. Dank u, God. Dank. Dank. Dank. Ik ben u dankbaar. Niet ik, maar U hebt mij het hoogste doen bereiken. Het niets. Het goddelijke, eeuwige, oneindige niets. Ik ben Thuis. Ik huil. Ik ben Thuis.

Nederigheid. Dat past mij. Want de laatste stap kwam van God. Ik heb mij ontvankelijk gemaakt. Dat wel. Daar heb ik indertijd hard aan gewerkt. Maar U kwam. Regelrecht in mijn hart. Uit mijn hart. Mijn God, waar was U niet?! Overal. Ik was overal en nergens. Ik was God. Heel even. Heel even Godsbesef. Ik huil.

Lang heb ik U niet aangekund. Natuurlijk, inwendig wel. Onafgebroken. Maar nu kom ik naar buiten. Ik ga Het vertellen aan de wereld. En dus tegelijkertijd - ik voel het - aan mijn aards persoonlijke zelf. Aan mijn menselijke hier en nu. Ik huil weer. Dit is zo intiem. Zo kwetsbaar. Zo confronterend. Ik heb het lang weggestopt.

Nu ben ik echt volmondig bereid mijzelf bloot te geven. Aan de wereld. Aan de medemensen. Maar dus ook aan mijzelf! Aan mijn menselijke zelf. In mijn denken, in mijn mens-zijn, in mijn spreken, in mijn zijn. Ik ga dat, wat hemels is, aarden. Ik ga dat, wat mijn ziel weet, uiten in mensentaal. Ontroering. Hoe dit te doen? Eigenlijk onmogelijk.

Ik heb weet van hetgeen middels weten niet te weten valt. Ik heb ervaren. Ik heb gezien. Ik ben bewust geworden. Van de oneindige thuishaven. Hier en daar. Tegelijkertijd. Er is geen andere tijd dan gelijktijdigheid. Hier en daar zijn hetzelfde. En onderscheidbare tijd bestaat niet in eeuwigheid.

Lief medemens, ik weet. Dat wat middels weten niet te weten is. Ik Weet. En ik zal proberen dit schijnbaar onmogelijke Weten naar woordelijk weten te transponeren. Ik ben het aan mezelf, God en medemens verplicht. Niet echt. Maar toch. De wijsheid die ik heb opgedaan, wil ik trachten te delen.

Het inzicht dat mij is geschonken, wil ik vooreerst vastleggen in menselijke taal. Wetende dat ik u niet kan bereiken. Ik kan u hoogstens iets meedelen van mijn ervaring. Welke in essentie ook de uwe zijn kan. Niet door het lezen van mijn woorden. Maar wellicht door inspiratie. De weg is doodeenzaam. Maar de weg leidt uiteindelijk naar mystiek geluk. Aan u de keus.

 

ParaVisie en Civis Mundi: de boodschap verspreiden

In stad en provincie Groningen gaf ik in 2017 Mystiek Geluk uit in fysieke exemplaren. In 2018 publiceerde ik de tekst integraal in de ParaVisie, een spiritueel magazine. In 2018 besloot ik ook de tekst digitaal aan te bieden via mijn site mystiekgeluk.nl. En sinds 2023 publiceer ik Mystiek Geluk op Civis Mundi, een digitaal tijdschrift voor sociale filosofie en cultuur. Civis Mundi stelt zich de bevordering ten doel van een wetenschappelijk verantwoorde bezinning in onze samen­leving.

 

Voor de site ‘De kracht van Liefde’ schreef ik in 2020 op verzoek mijn navolgende column:

 

Volwassen mystieke kindertijd

Wie in zijn of haar kindertijd christelijk, joods, islamitisch, hindoeïstisch of atheïstisch geloof heeft moeten aannemen, zal op volwassen leeftijd niet gauw besluiten dergelijk geloof te verwerpen. En wie vanuit een der genoemde geloofsrichtingen het mystieke pad wil gaan bewandelen, zal veelal niet gauw de gehechtheid aan deze geloofsrichting willen opgeven. Maar wie werkelijk de ware mystiek wil binnentreden, zal zich gaandeweg bewust worden, dat hij of zij volkomen eerlijk moet durven zijn: alle kennis verwerpen! Inclusief de specifieke geloofskennis. Pas na het oprecht religieus-cognitieve sterven, kan het mystieke niet-weten in vrijheid volmaakt geboren worden. Pas dán begint uw mystieke kindertijd. Voorbij het aannemen en voorbij het verwerpen. Voorbij iedere vorm van dualiteit. Vervolgens kunt u de mystieke kennis van alle geloofsrichtingen van harte omarmen. U bent nu immers één met hun universele kern.

 

 

Wie bereid is alle weten achter zich te laten, wie bereid is alle denkinhoud leeg te maken, die maakt zichzelf hoogst ontvankelijk voor het werkelijk bewust worden van het Wonder. Het wonder van onze universele eeuwigheid. Dat zich reeds hier en nu voltrekt. Wie door de illusoire dood is heengegaan, doorleeft het eeuwige leven al continu. Het eeuwige leven ervaar ik als de goddelijke liefde. En dit maakt dat ik als mysticus-in-wording al meer verliefd word op de kracht van de goddelijke liefde. De kracht van deze Liefde gaat voorbij aan mijzelf en voorbij aan al mijn geliefden. Hoewel mijn geliefden er wel deel van uitmaken, hoor. Zeker! Maar mijn samenvallen met de goddelijke liefde betekent het samenvallen met álle mensen. Het samenvallen met gekozen geliefden én ongekozen ongeliefden. Zonder voor­liefde, dus non-duaal, zie ik onze gelijkwaardigheid.

In deze Liefde ervaar ik de verbinding. In deze Liefde voel ik direct dat wij niet gescheiden zijn. Ik ben mijzelf en ik ben die ander. Tegelijkertijd. Twee harten blijken één. Zij kloppen samen. Dan ben ik mijn medemens, maar ook het dier, de boom en de steen. Tijdens de ver­binding der harten ervaart mijn ziel wat er is, wat er ooit was en wat er ooit nog zal zijn. Vergelijkbaar met mijn verlichtende moment. Het begin en de oneindigheid van mijn vol­wassen mystieke kindertijd.

 

Voor een ander medium schreef ik in 2020 de volgende twee columns:

 

Mystiek en Welzijn

Wie in genade het mystieke licht ooit aanschouwt, vaart het verdere leven altijd wel. Welvaart staat dan los van zijn of haar welzijn. Want het mystieke welzijn betekent eeuwige welvaart! Wie als persoon de persoonlijke dood heeft doorgemaakt, zal nooit meer sterven. Louter leven. Ziel zijn. Eeuwig. Als mens blijf ik wel bekend met voorspoed en tegenspoed. Ik heb liever voorspoed dan tegenspoed. Maar in mijn mystieke bewustzijn heb ik geen oordeel. Als mysticus realiseer ik mij dat ik in essentie compleet leeg ben. Mijn ziel is als het ware een opening. Mijn ziel is leeg en tegelijkertijd moet ik zeggen: mijn ziel is vol. Vol van God. Vol van datgene wat ik eigenlijk te heilig acht om in woord uit te drukken. Met het woord God bedoel ik al datgene wat mijn menselijkheid doorbloedt én overstijgt. Daarom is als ziel zwijgen over God wijzer dan menselijk spreken over God. Elk woord snijdt. Elk woord verdeelt. Terwijl God non-duaal is. Transpersoonlijk woordloos. De drang om mijn zwijgen te doorbreken, voel ik wanneer ik wens mijn medemens wellicht ietsiepietsie te wegwijzen. Wetende dat ieder mens zijn of haar uniek eigen pad zelfstandig dient te creëren. Ik kan u de weg niet wijzen. Wel kan ik gaandeweg getuigen van de weg die ik ging. Mijn geheim is ontvankelijkheid. Wie werkelijk bereid is zichzelf uiteindelijk volledig ontvankelijk te maken voor het onbekende - het Onbekende - ontvangt op enig moment de liefde van God. Die liefde was er al, maar kan pas binnenkomen op het moment dat uw deur voor de Vreemdeling in honderd procent vertrouwen open gaat staan. Eerder niet. Vanuit het credo ‘Niet ik, maar U, o God’ maakt u plaats. Gaandeweg groeit u in uw bereidheid plaats te maken. U bent uiteindelijk van harte bereid volledig te verdwijnen. Dat is ergens doodeng - het komt dus werkelijk aan op vertrouwen - maar ook fascinerend spannend. Alsof u weer even kind bent en voor het eerst een spookhuis ingaat. Angst en vertrouwen gaan hierin hand en hand. Ik wens u moed. Belangrijk acht ik daarbij te melden dat u zichzelf geen geweld aandoet. Ik bedoel: wees lief voor uzelf! U treedt pas binnen als u eraan toe bent. U bepaalt. Niemand anders. Want dit menselijk meest betekenisvolle avontuur is uiterst intiem. Iets tussen uw ziel en God. In mijn ogen is transmissie illusie. Overdracht van verlichting is onmogelijk. God is gezekerd. Gelukkig maar. U wordt als mens, als ziel, in uw leven uitgenodigd zélf te ontdekken of de Onzichtbare Liefde wel werkelijk bestaat. En wanneer u Het ontdekt, is het echt voelbaar. Het spookhuis blijkt dan illusie. Als in een flits bent u dan Thuis. Niet van horen zeggen. Maar uit ervaring weten! Als mysticus of mystica bent u dan nooit meer gescheiden. Ziel en God zijn dan van tweeën één. In eeuwig welzijn. Dit nu is mijn diepste dankbaarheid.

 

Mystiek als Hoofdprijs

Wie meent middels een lage inleg een hoge prijs te kunnen winnen, valt binnen de mystieke trekkingen altijd buiten de boot. Binnen de loterij der mystiek geldt: alleen zij die bereid zijn de hoofdprijs in te zetten, zullen de hoofdprijs gegarandeerd krijgen uitgekeerd. Komt u nu tot inkeer? De hoofdprijs wacht op u! Onze persoonlijkheid is veelal zo ingesteld dat zij met de minste inspanning het meeste resultaat wenst te behalen. Onze persoonlijkheid wil zo veel mogelijk winnen en zo weinig mogelijk verliezen. Onze persoonlijkheid is geestelijk vaak een arme sloeber. Terwijl wij transpersoonlijk schatrijk zijn. Maar velen van ons kunnen niet bij ons Geld. Ons mystieke eigendom zit als het ware vast. Ons verborgen vermogen is niet liquide. Wij hebben er dus niets aan. We voelen onze rijkdom niet. We hebben ons kapitaal niet in handen. Terwijl bewuste zoekers - dus uitgezonderd slapers - wel vermoeden dat ons Goud het onze is. Kan de mysticus vertellen hoe ons eigendom in bezit komt? Neem uw verlies! Laat zelfs het besef van uw ondelfbare goud edel achter u. Realiseer u dat u in feite niets bezit. Laat uw vermogen los. Laat uw aanspraak los. Kom tot het nulpunt in uw bewustzijn. Eén met uw nulpunt neem u dan op enig wonderlijk moment uw blinkende goud dankbaar in ontvangst… Het zal schitteren in uw ogen. Het zal stromen door uw handen. Terwijl u niets in handen heeft. Terwijl u Niets in handen hebt. Nu u waarachtig - voor het eerst en voor het laatst - de hoofdprijs heeft betaald, is u levend gebleken dat u de hoofdprijs heeft gewonnen! Nadat u uw gehechtheid bij leven en welzijn welbewust geheel heeft opgeofferd. Nu kunt u werkelijk glimlachen. U hebt uzelf bevrijd. Uw zielsoprecht totale inleg leidde ertoe dat het mystieke lot op uw nummer is gevallen. Vanaf nu is uw niets uw alles. U heeft uw illusoire dood doorzien. U geniet uw hoofdprijs! Het is uw zelfgekozen lot. Nu weet u dat u nooit meer buiten de boot zult vallen. En daarom bent u sinds uw mystiek verlichtende moment zo blij: u weet dat u het eeuwige leven bent. U ontvangt het continu. Omdat u - niet als persoonlijkheid, maar wel als ziel - totaal vrij bent. U staat niet meer zelf aan het Roer. O, wat een verlichting!

 

 

Wanneer u bovenstaande columns leest, zult u misschien gauw vergeten dat ik mij als kind in het domineesgezin ernstig beschadigd heb gevoeld op het vlak van religie. Toch was dat het geval. Bezijden aan PTSS, post traumatisch stress syndroom, heb ik geleden aan RTS, religieus trauma syndroom. Marlene Winell heeft over RTS een zeer herkenbaar boek geschreven: ‘Leaving the fold’. Op de site van Winell, journeyfree.org, kunt u haar uitleg ontvangen.  Zie ook dogmavrij.nl en religieustraumasyndroom.com.

Religieuze indoctrinatie ontstaat wanneer de zo kwetsbare kindergeest dogmatisch onop­houdelijk grensoverschrijdend wordt bestookt met geloofsovertuigingen van buitenaf. Enige emotie voel ik direct op het moment dat zoiets een gespreksonderwerp wordt. Ware religie, herverbinding, komt van binnenuit! Ik weet uit ervaring hoe zeer de ziel van een jeugdige ziek­makend onder druk wordt gezet, als vrijheid van denken, voelen en doen middels denkvoorschrift wordt gemanipuleerd.

Goed, terug naar mijn mystiek verlichtende ervaring. Ik weet eigenlijk niet goed waar te beginnen. In mijn geest concurreert alles om aandacht. Vergelijkbaar met het mystieke moment. Een enorme uitdaging om mijzelf en u een genoegzaam interessante selectie van beschrijvingen aan te reiken. Laat ik met u toch nog eerst mijn pamflet over de beeldende kunst delen. Ik schreef dit in 2004. Dit biedt een inkijk in mijn geëngageerde opvattingen omtrent kunst, waarheid en spiritualiteit.

 

Pamflet autonoom beeldende kunst

Waarheid acht ik van meer belang dan kunst. Kunst is wat mij betreft slechts een medium om Waarheid openbaar te maken. Dit kan zij alleen doen in verwijzende zin. Waarheid laat zich nu eenmaal niet openbaar maken. (Waarheid laat zich alleen paradoxaal uitdrukken.)

Kunst hoeft niet vernieuwend te zijn. In mijn ogen is het een misvatting dat kunst vernieuwend dient te zijn. Als kunst vernieuwend zou moeten zijn, waarom neemt zij hedendaagse kunst dan serieus? De huidig hedendaagse kunst komt toch over enkele jaren alweer in de schaduw te staan van de dan geldend hedendaagse kunst?! Kunst lijkt dan op een huichelaar.

Herhaling in de kunst is toegestaan. Kunst dient de beschouwer verder op weg te helpen om meer helderheid te verkrijgen omtrent Waarheid. Waarheid is ware werkelijkheid. De werke­lijk­heid achter de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Om de beschouwer hieraan te herinneren, is herhaling niet overbodig. Middels herhaling is het doel soms makkelijker te bereiken.

Het doel van kunst is bewustwording. Kunst dient ervoor om mensen (meer) bewust te maken van Waarheid. Kunst nodigt mensen dus uit om hun perceptie van de werkelijkheid onder de loep te nemen. En zo nodig te wijzigen.

Kunst wijst op perceptieloosheid. Het wijzigen van perceptie is wat mij betreft niet voldoende. Kunst draagt in zich de boodschap dat wie Waarheid (en Kunst!) bereiken wil, bereidt is de perceptie geheel los te laten. Perceptiewijzigen is nog altijd een activiteit binnen het denken. Terwijl kunst zich - wat mij betreft - richt op de activiteit voorbij het denken.

Kunst dient de kijker te ontwaken. Kunst dient niet geïnteresseerd te zijn in het anders leren kijken, maar in het leren doorzien. Het doorzien dat alle wijzigingen binnen zintuiglijk waarnemen en verwerken niet werkelijk van belang zijn. Als kunst maar eenmaal een kijker dit inzicht heeft geschonken, heeft zij haar doel bereikt.

Kunst richt zich op eeuwigheid. Perceptieveranderingen wijzen op tijdelijkheid. Het eeuwige is onveranderlijkheid. En ook: het eeuwige is onveranderlijk doorgaande veranderlijkheid. Maar van een niet aardse aard. Ik bedoel: het eeuwige staat los van ons cognitieve geknoei. De perceptie van een kind van drie is anders dan die van een mens van tachtig. Maar die verschillende perceptie, die verschillende geestesinhoud is voor eeuwigheid niet van belang.

Kunst heeft een spirituele inhoud. Het verwijzen naar de ziel van de kijker is belangrijk. Vanuit daar dient de kijker te kijken. Via het kijken naar een schilderij dient de kijker liefst direct geprik­keld te worden naar binnen te kijken. Het materiële beeld dient overbodig te worden. Als het materiële beeld niet meer van belang is, werkt het beeld spiritueel.

Kunst en intellect zijn geen echte vrienden. Daar waar zwijgen en stilte de kijker overmand, verricht kunst zijn heilzame werking. Het intellect volgt het niet meer. En de ervaarder voelt dat dat helemaal niet erg is. Intellect is wat mij betreft eerder een sta in de weg. Als een wolk voor de zon. Verlichting vindt zeker niet plaats als de kijker zich richt op informatie uit De Witte Raaf. Maar voor wie glinstering voldoende is, leze genoemde info. Ik voel en zie liever de Zon.

Waarheidsbeleving is belangrijker dan schoonheidsbeleving. Het goed naar de waarneming schilderen, kan kunst zijn, maar meestal is zij dat niet. Schoonheidsbeleving van een goed geschilderd figuratief of abstract werk leidt makkelijk af van waarheidsbeleving. Als de verpakking te aantrekkelijk is, bestaat de kans dat men de inhoud niet meer hoeft. Omdat de kijker in het alledaags bewustzijn niet verstoord wil worden. Dan wordt Waarheid niet beleefd.

Ingewikkelde kunst is schijnkunst. Ingewikkeldheid oogt intelligent, maar is in wezen kinderachtig. Ingewikkelde kunst wordt gemaakt door kunstenaars die Waarheid, die eenvoud is, niet gezien hebben. Zij proberen het allerhoogste te behalen binnen het domein van het intellect. Hun streven is begrijpelijk, maar zij misleiden de kijker. Kunstcritici zijn academisch veelal goed geschoold. Voor hen is het uiterst prikkelend. En zo bepalen makers en critici de veelal intellectualistische toon binnen de kunst. Een bijna ondoorbreekbare wisselwerking.

Kunst dient universeel te zijn. Universele kunst is voorstellingsloos. Zij doet een beroep op de voor ons niet gangbare associaties. Zij doet een beroep op associaties die niet afkomstig zijn uit ons bewuste. In het onontsloten onbewuste zijn wij allen één. Onnoembaar universeel.

Kunst wordt wel en niet begrepen. Kunst die begrepen wordt, is geen kunst. Het ontbeert het onbenoembare. Kunst die niet begrepen wordt, is ook geen kunst. Zij kan haar werking niet verrichten. Kunst is paradoxaal in zichzelf. En in de kijker. Deze dualiteit kan de kijker bewust maken van zijn of haar onverlichte staat van zijn.

Kunst en ziel dienen samen te vallen. Zielloze kunst is geen kunst. Want in dat geval blijft er een scheiding tussen kunst en ziel. In de kern zijn kunst en ziel één. Monistisch in plaats van dualistisch. Ook een verregaande contaminatie is niet genoeg. Eeuwigdurende eclips is wat ik verlang. De ziel zal de kunst van gouden randen voorzien.

Kunst is goddelijk. Wie ooit bereid is zijn of haar intellect los te laten, vertrouwt op God. Wie de intellectval heeft meegemaakt (en sedertdien continu blijft meemaken), weet wie God is. Via God, de onzichtbare Kunstenaar, komt een mens tot kunst. Wie God niet kent, kent kunst niet.

 

Het onvolkomen karakter van taal

Taal liegt. Taal kan nimmer waarheid zijn. Evenmin kan beeld waarheid zijn. Beeld liegt. Daar waar een stelling wordt uitgesproken, wordt bij de kijker direct het denken in beweging gezet om op zoek te gaan naar de tegenstelling. Het denken is dualistisch van aard. Middels denken is dus nooit Waarheid te vinden. Maar Waarheid bestaat. En natuurlijk, zij heeft ontelbare gezichten. Als modernist kun je gerust postmodernistische trekken hebben. Waarheid vind je indien je jezelf ontvankelijk maakt om haar geschonken te krijgen. Binnen de wereld der thesen, antithesen en synthesen zul je haar nooit vinden. Ga eraan voorbij. Onderken je inzichten en verlaat het ogenschijnlijk intelligente land. De waardering aldaar is namelijk illusoir. Sinds mijn 22ste levens­jaar - ik had toen een verlichtingservaring - neem ik de onzichtbare ruimte waar. De ogen hadden plotsklaps geen filterfunctie meer. De scheidingswand was heel even - en tegelijkertijd een eeuwigheid - verdwenen. Wat buiten was, was nu ook binnen. Wat binnen was, was nu ook buiten. De ruimte, die ik gemakshalve naar aardse maatstaven onzichtbaar noem, was onmetelijk, eeuwig en universeel. Ik was overal. En nergens. Magnifique! Lezer dezes, het ga u Goed!

 

 

 

 

Nu zal ik proberen het fenomeen mystiek zo zuiver mogelijk te (laten) definiëren. De afgelopen drie decennia vond en vind ik dat daarin het boek van Bruno Borchert het allermeest behulpzaam is. De bewoordingen die Borchert in ‘Mystiek’ hanteert, getuigen van een evenwichtige belezenheid welke een doorleefde en doorvoelde geleerdheid op medemenselijke wijze integer blootlegt. Hij stelt: ‘Mystiek is uit ervaring weten, dat alles samenhangt en dat alles in oorsprong één is.’

Borchert poogt in aanleg het verschijnsel mystiek begrijpelijk te maken middels verliefdheid: ‘Ook verliefdheid is een ervaring: een andere wereld dringt in je bewustzijn binnen, je leert iemand kennen op ongewone wijze, je ervaart verbondenheid en verlangt naar eenwording.’ ‘Mystiek is een doorbraak van een besef, een weten dat er een andere werkelijkheid bestaat, waarvan men voordien geen idee had.’ ‘De mystieke ervaring wordt niet echt opgewekt; zij overkomt iemand.’

 

Mystieke ervaring en vorm

‘De kern van de mystieke ervaring is het doorzien van alle concrete vormen en gestalten tot op hun grond. Deze Grond overstijgt juist alle vormen. Hij is evengoed de grond van ons eigen ik als die van medemensen, dieren, planten, de aarde en het heelal.’ ‘Mystiek is weten van binnenuit. Het is een onmiddellijk weten.’ ‘De mystieke ervaring is kortstondig, alomvattend en vreugdevol.’ ‘Mystiek kan men een religieuze ervaring noemen, maar niet elke religieuze ervaring is mystiek.’

‘Een mystieke ervaring maakt iemand nog niet tot een mysticus. Die naam gebruiken we pas voor iemand die op de ervaring ingaat, er vorm aan wil geven, ermee wil leven.’ ‘Kunstenaars en mystieken houden de spanning van en de angst voor de chaos van het innerlijke conflict (twee ervaringen in verband houden: de ervaring van goede en kwade krachten én de ervaring waarin alles zo duidelijk één en goed is) uit, ze vinden een uitweg door er vormgevend mee bezig te zijn.’

Borchert citeert in zijn boek ook even een uitlating van Maslov: ‘Deze ervaring is niet slechts verbaal of intellectueel, maar doordrenkt iemands gehele wezen en is zo diepgaand en aangrijpend dat zij het karakter van de persoon voor altijd kan veranderen.’ Borchert heeft met zijn ‘Mystiek’ - waarin hij behalve de mystieke ervaring ook de wereldwijde geschiedenis van de mystiek bespreekt - voor leken en academici een voortreffelijk boek geschreven.

 

 

Paul Mommaers: ‘Een mysticus is iemand die op overweldigende wijze de tegenwoordigheid ervaart van iets dat hemzelf overstijgt en veel werkelijker is dan al hetgeen men voor werkelijk aanziet. De schijnbaar solide wereld waarin wij leven wordt voor de mysticus een doorzichtig decor, omdat een uiteindelijke werkelijkheid zich aandient. Deze waarneming gaat samen met een complementair psychologisch fenomeen: de mysticus voelt zijn normale ik-heid verdwijnen.’

Uit diverse boeken heb ik allerlei mystieke omschrijvingen onttrokken. Ik som ze nu even op. Mystiek is het hartstochtelijk streven naar de bijzondere vereniging van de ziel met God. In de mystiek verbreekt de mens de grenzen van subject en object: de scheiding tussen deze beide, die de voorwaarde is van alle (objectiverend) denken, wordt in beginsel opgeheven. Mens en wereld of mens en God worden tot één. In mystiek bewustzijn verdwijnt een afgezonderd ‘ik’.

 

Het mystieke als object in het subject: het schouwen

De mystiek bereikt de eenheid door zowel in het subject als in het object zover door te dringen, dat hij het eigenlijke, wezenlijke, dat geen naam en geen inhoud meer heeft, bereikt. De mystieke weg is te benoemen als Entwerden, dat wil zeggen het levensproces en het groeiproces in omgekeerde richting afleggen, van iets weer niets worden. De mystieke ervaring is een verruiming van het bewustzijn waarbij men de wereld als het ware doorziet.

De vereniging met de godheid is een mysterie dat niet door de mens gevonden kan worden, maar hem of haar door de godheid geschonken moet worden. De vereniging met de allerhoogste goddelijkheid is echter alleen in de extase mogelijk, waarin voor korte tijd de laatste beperking van het bewustzijn wordt opgeheven. Mystiek spreekt de taal van alle godsdiensten, maar geen enkele religie is haar wezenlijk. Het mystieke zien is abstract, maar wel paradijselijk.

Mystiek is een onmiddellijk weten: er is geen middel tussen de werkelijkheid die zich open­baart en de eigen ervaring, geen woord, geen beeld, geen leerstelling, geen gedachte. Alles is één, is niet gesplitst in goed en kwaad, in ik en de ander, in lichaam en geest. Alles blijkt dan in wezen goed te zijn. Binnen en buiten vervloeien. Mystieke ervaring is te vergelijken met ver­liefd­heid; zij zet in dit geval het proces van allesomvattende universele liefde in gang.

Douglas Harding in ‘Leven zonder hoofd’: ‘Redeneringen, fantasieën en alle kletspraatjes in mijn hoofd stierven weg… Ik vergat mijn naam, mijn mens-zijn, mijn ding-zijn, alles wat ‘ik’ of ‘mijn’ genoemd kon worden. Verleden en toekomst vielen weg.’ J. Anker Larsen in ‘Met open deur’: ‘Wanneer men het eeuwige nu ontmoet heeft, is Oost overal, Mekka is de plaats zelf waar men staat. Er is geen plaats waar men God kan zoeken, want Hij is nergens - en overal.’

Ruusbroec: ‘Dit schouwen plaatst ons in een puurheid en louterheid boven al ons verstaan uit. Hiertoe kan niemand door geleerdheid of scherpzinnigheid van verstand noch met welke inoefening ook komen: maar alleen hij, die God in zijn geest met Zich verenigen en met Zichzelf verlichten wil: hij alleen kan God schouwen en niemand anders. God begrijpen, is God zijn met God, zonder middel of andersheid, die hinder of een tussenscherm zou uitmaken.’

Pseudo-Dionysius: ‘De kennis van God die Hem het meest waardig is, is het kennen door middel van niet-kennen, in een eenheid die elk verstandelijk begrijpen overstijgt, wanneer het verstand zich van alles afkeert, ook van zichzelf, en als het één wordt met de stralen die lichter zijn dan het licht, en verlicht wordt in de ondoorgrondelijke diepte van de Wijsheid. Verenigd met de volkomen onkenbare kent hij op een wijze die het verstand te boven gaat door niets te kennen.’

Meister Eckhart: ‘Men moet hier tot een hogere vorm van weten komen: niet uit onwetendheid komt dat onweten voort, maar vanuit weten moet men komen in een onweten. Dan zullen wij wetend worden met het goddelijke onweten en dan wordt ons onweten geadeld en getooid met het bovennatuurlijke weten.’

Bovengenoemd mystieke citaten van Ruusbroec, Pseudo-Dionysius en Meister Eckhart las ik in een boek van Charles Steur: ‘Non-dualistisch christendom’.

 

De kenmerken van mystieke ervaring

William James schreef het boek ‘Vormen van religieuze ervaring’. Hij kent de mystieke ervaring vier kenmerken toe. ‘1. Onuitsprekendheid. 2. Intellectuele kwaliteit. Zij geeft inzicht in de diep­ten van waarheid, die door logisch verstand niet kan worden gepeild. 3. Voorbijgaand karakter. 4. Passiviteit. Het wilsvermogen is opgeschort. Men wordt ‘gegrepen’. (James’ visie gelezen op mystieknetwerk.nl.) James achtte persoonlijke religie fundamenteler dan theologie en kerk.

James: ‘Wanneer de kerken eenmaal gevestigd zijn, leven zij, tweedehands, van de traditie; maar de stichters van iedere kerk danken hun macht oorspronkelijk aan het feit van hun on­middellijke, persoonlijke gemeenschap met het goddelijke.’ Ik keek daar kort na mijn mystieke ervaring ook zo tegenaan. Ik weet nog goed dat ik op zondagen compassie voelde met kerk­gangers die ik in Hierden in 1990 aan mijn plattelandshuisje voorbij zag lopen, terwijl ik in extase God ervoer.

God-, mens- en waarheidminnend schreef Freek van Leeuwen het boek ‘Geestkunde’. Van zijn zeer uitgebreide, gelijknamige site ontleen ik nog even enkele citaten van soefi-mystici. Abu Nasr Al-Sarraj: ‘Geloof is licht. Mystieke kennis is vuur.’ ‘In de mystieke kennis van het schouwen sterven begrip, kennis, verklaring en dispuut.’ Khwaya Khurd: ‘O Sayyid! Gooi goed en slecht in de oceaan van Eenheid, zodat je vertrouwd moge worden met Werkelijkheid.’

Mahmud Shabistari: ‘Onder de sluier van elk deeltje is de schoonheid van het Gelaat van de Geliefde, dat de ziel verkwikt, verborgen. Voor hem wiens geest leeft in de beschouwing van het zien van God, is heel de wereld het boek van God, de Allerhoogste.’ Ahmad al-‘Alawi: ‘Niemand begrijpt de betekenis van de ware dood dan hij die die dood gestorven is.’ Khwaya Khurd: ‘O Sayyid! Kijk naar jezelf met een blik van liefde, want jij bent identiek met de Beminde.’

 

Getuigenis van Iris van Haaren

In 2019 nam Iris van Haaren met mij contact op nadat zij mijn publicatie van Mystiek Geluk gelezen had. Zij wees mij op haar documentaire ‘Waarover je niet spreken kan.’ Haar Nederlandse docu, welke ook Engels is ondertiteld, wil ik bij u van harte onder de aandacht brengen. Op You Tube kunt u kijken naar haar waarachtige uitleg en gravende onderzoek. Ook Pim van Lommel komt aan het woord. Iris van Haaren is mij helaas ontvallen. Haar docu is haar nalatenschap.

Zoals gezegd ontmoette ik God toen ik 22 was. Ten tijde van dat moment had ik mij ook net ingeschreven voor het eerste jaar van de sociale academie. Na dat studiejaar ging ik aan de universiteit psychologie studeren. Dat propedeusejaar rondde ik ook vlot af, maar zo halverwege het tweede jaar plaagden mij aloude symptomen van angst en emotioneel onverwerkte kindertijd. Ik brak de studie af en besloot mij aan te melden voor een intense periode groepspsychotherapie.

Wel wil ik ook zeggen dat mij het onderzoeksgebied van de psychologie enigszins tegenviel. Het bleef beperkt tot onderzoek naar denken en gedrag, terwijl ik nu juist op mijn 22ste ervaren had dat de kern van het menszijn de ziel is. Maar uit colleges bleek dat de ziel qua onderzoeksobject al wel honderd jaar buiten het domein van de psychologie viel. Haar vooronderstelling middels denken waarheid te kunnen bereiken, verwierp ik. En later koos ik liever voor de kunstacademie.

Binnen mijn alledaagse denken heeft het na mijn verlichtingsmoment pakweg tien jaar geduurd alvorens ik mijn mystieke werkelijkheidsperceptie geïntegreerd een plek kon geven. Het was een enorme klus om dit interne proces simultaan aan mijn maatschappelijke activiteiten succesvol uit te voeren. Twee reële waarnemingswijzen - relatief versus absoluut, dualistisch versus monistisch - dagelijks continu ervaringsgewijs tot een twee-eenheid maken, was eerst een hell of a job.

Dat harde werken van binnen ging erom dat ik dat wat ik in die tien jaren meemaakte - tussen mijn 22ste en mijn 32ste levensjaar - ging leren gelijktijdig en gaandeweg al beter direct als verbonden eenheid te verwerken. Informatie steeds vanuit twee brillen gaan bekijken. In die­zelfde periode ging ik ook mijn geleefde leven van vóór mijn 22ste als het ware herpercepiëren van­uit mijn nieuwe, extrazintuiglijke levenslens. Ik noem dit tienjarige tijdvak de tijd van pre­realisatie.

Gedurende die periode zweeg ik. Ik bedoel: maatschappelijk schreeuwde ik het niet van de daken dat ik de godservaring had ondervonden. Maar na die tijd kwam ik er wel al meer voor uit. Die eerste tien jaar had ik echt nodig om in privé klaar te kunnen komen met dat wat mij als persoon ten diepste volkomen had getransformeerd. Mijn alledaagse denken diende bovendien ook levendig in contact te komen met de transfiguratie van mijn hart. Immers, ineens had ik een Hart!

In het vroege voorjaar van 2019 schreef ik op een ochtend onbescheiden zomaar de woorden: ik ben thuis en ik ben Thuis. In retrospectief kan ik sindsdien de voorafgaand twintigjarige periode betitelen als zijnde realisatie. Dertig jaren na het moment van mystieke verlichting voleinde ik dan - onverwacht - in ruim voldoende mate mijn moment van realisatie. Het proces van zelf­realisatie gaat - tot aan mijn fysieke dood - gewoon door, maar ik arriveerde en passeerde het Station.

 

 

 

 

In dezen denk ik ter relativering absoluut aan het begrip parinibbana. Compleet nirwana kan ik als mens bij leven niet bereiken zolang mijn lichaam en mijn geest noodzakelijkerwijs in interactie staan met de wereld. Gelukkig maar! Helemaal prima. Ik ben ook dol op lekker eten en goede grappa. Laat mij dus maar eenvoudig mens blijven. Klaar. Voor mijn zelf heb ik het hoogst haalbare gehaald. Uitdoving en ontvlamming blijken één en hetzelfde. Eeuwig ik. Eeuwig Ik.

Behalve het verwerven van een spiritueel zalig bewustzijn kent een verlicht zieleleven zeker ook nadelen, hoor. Schaduwzijde ondervond ik bijvoorbeeld vooral nadat ik mij gedwongen voelde om mijn laatste liefdesrelatie te moeten beëindigen. Natuurlijk, ik bleef godverbonden, maar mijn gebleken onvermogen mijn vriendin te dirigeren naar universeel symfonisch eeuwig­heidsgeluk moest ik na acht jaren erkennen. Daarenboven mijn afwijkende persoonlijk­heids­eigenschappen.

Jarenlang heb ik gerouwd. Dieper dan voorheen realiseerde ik mij dat overdracht onmogelijk is. En, o, wat speet mij dat juist in het geval van de meest zuivere vriendin die ik ooit had. Karin heelde mij op het niveau van betrouwbaarheid, onvoorwaardelijk liefhebben en echt omzien naar. Onze dierbare vriendschap kon na onze scheiding gelukkig nog wel doorgaan. Wie weet moesten wij als tweelingzielen op aarde een relationeel scheidingsdrama meemaken om Ener te worden.

 

Getuigenis van Joke Elziam Nootebos

Ofschoon ik niet alle denkbeelden van Joke Elziam Nootebos deel, was ik wel onder de indruk van haar boek ‘Goddelijke intimiteit en seksualiteit: Tweelingstraalrelaties’. Nootebos legt bloot wat individuen in relaties doet botsen. Ik citeer: ‘Onze zielen houden zoveel van elkaar, maar ons persoonlijk zelf is zo anders.’ En: ‘We houden elkaar op de been door een diep en innig weten, een verlangen naar Eenheid voorbij de pijn, het gedrag en de zorgen van ons kleine zelf.’

De verlichte Nootebos stelt: ‘Het vrouwelijke, het gevoel in de man, kan als een liefhebbende energie de basis vormen van zijn kracht en scheppende vermogen. Het mannelijke in de vrouw kan als een beschermende en grensaangevende kracht door haar liefde en gevoel heen stralen. Maar daarvoor moeten man en vrouw klaar zijn met jeugd-, vader- en moederpatronen.’ Ja, daar zeg je wat. Verlichting en psychotherapie hebben zeer zeker een relatie; komen tot het klare.

Spirituele en psychologische opklaring zijn beide belangrijk om tot realisatie te kunnen komen. Borchert: ‘Bhagwan experimenteerde in zijn ashram te Poona bij zijn volgelingen met vele psychotherapeutische technieken. Doel was de bevrijding van het ‘ego’ en daardoor de toegang tot een mystiek bewustzijn.’ Jan Foudraine, wiens boeken ik alle las, was Bhagwan-sannyasin. Foudraine heeft met ‘Metanoia’ en ‘De man die uit zijn hersenen zakte’ mooie bij­dragen geleverd.

Tijdens mijn lichtervaring verdween het licht en verscheen het Licht. De afgeleide verliet ik door de bron in te gaan. Dichter bij het vuur. Ja, zelfs volledig één met het vuur. Zoals ik in Mystiek Geluk ook al schreef: ‘Verast ervaar ik werkelijk het ware.’ Ik werd het Vuur. En het Vuur geworden zijnde, herrees ik onmiddellijk uit mijn as. Ik deed niets. Alles overkwam mij. Goddelijke her­rijzenis! Het diepste donker is dus blijkbaar het hoogste licht. Eenheidslicht. Voorbij menselijk clair-obscur.

Rembrandt van Rijn noemt men de meester van het licht-donker. Ons oog wordt zintuiglijk automatisch als eerste aangetrokken tot die plek op het doek of in de werkelijkheid welke ons het lichtste licht en het donkerste donker naast elkaar toont. Wie schildert naar de waarneming maakt trapsgewijs gebruik van dat geheim. Niet zozeer middels kleur, maar juist via de weg van het geleidelijk verlichten van donkere grijswaarden. De grijswaarden zijn de kleurvertalingen.

Wanneer je met toegeknepen ogen door je oogleden heenkijkt, zie je de verschillende donkerten. We zien dan onze buitenwereld in grijze gradaties. Maar wat nu wanneer we gaan kijken in onze binnenwereld, in ons hart? Kazimir Malevitsj zei dat de hoogste kunst ontstaat in afwezigheid van het verstand. Malevitsj vond dat hij middels zijn abstracte schilderij ‘Zwart vierkant’ in 1913 ‘het gelaat van God’ had afgebeeld. Toen ik ook ‘Zwarte cirkel’ uit 1913 zag, ontroerde mij dit enorm.

Het schijnbaar voorstellingsloze van de excentrisch geschilderde cirkel associeerde ik vrijelijk met de staat van mijn mens-zijn. Als je lang naar dit schilderij kijkt, verlang je al meer dat je veel liever zou zien, dat de cirkel perfect in het midden stond. Ik voelde een soort algemeen menselijk lijden. Onvolmaaktheid. In tegenstelling tot het zwarte vierkant. De centrale plaatsing accepteerde ik eenvoudig zonder enige lijdensdruk. Ik interpreteerde het direct als zijnde volmaaktheid. God.

 

Het onafbeeldbare kan toch geschilderd

Het onafbeeldbare kon blijkbaar toch geschilderd worden. Het onuitsprekelijke werd middels het non-figuratieve schilderij dus toch afgebeeld. Decennia later deed Mark Rothko dit ook. Hoewel Rothko tegelijkertijd ook het aardse en het hemelse verbond. Malevitsj liet díe dualiteit juist weg. Piet Mondriaan schilderde theosofisch geïnspireerd het spirituele middels geometrische kleur­vlakken. Anton Heyboer met hanen. Oud-docent Roland Schimmel via nabeelden.

In het boek ‘The spiritual in art - abstract painting: 1890 - 1985’ lees ik: ‘The infinite refuses to be expressed into the finite.’ Die uitlating deel ik. Ook ik heb geprobeerd om het goddelijk eeuwige in het menselijk eindige beeldend vorm te geven. Gauw kwam ik erachter: onmogelijk! In schrijftaal kan zoiets nog wel gesuggereerd worden, maar in beeldtaal leidt dat vaak tot fiasco. Waarnemers die een kunstzinnig godsbeeld letterlijk nemen, verontreinigen het schone en het onzegbare.

Niet schilderen en niet schrijven is eigenlijk het beste. Zwijgen. Niets doen. Wetend niets doen. Toch zijn en blijven de wetenschap, de filosofie en de kunsten jagers. Zij jagen op de godde­lijke prooi. Maar dé prooi zal zich in geen enkele dimensie waarneembaar ontwaren. Hoogstens als afgeleide. Mathematisch, wijsgerig en artistiek is dat prima. Denk bijvoorbeeld aan de introductie van het begrip ‘de vierde dimensie’ door Charles Howard Hinton en Pjotr Ouspensky.

 

Het Niets als dimensie

God is dimensieloos. Het eeuwige is dimensieloos. Het eeuwige weigert zich uit te laten drukken in het eindige. Expressie van het tijdloze blijft onzichtbaar verscholen in het zichtbaar tijdelijke. Het eeuwige ís. Hier en nu. Vroeger en in de toekomst. Het is de aarde, de zee en de lucht. Het is ook niet de aarde, niet de zee en niet de lucht. Eeuwig etherisch. En u bent dat ook. Vluchtig. Niet hier. Ook wel, maar ten diepste niet. U bent Daar. Er is niets te bereiken. Er is Niets te bereiken.

Samenvallend met dat Niets zult u eeuwig weten en nimmer meer vragen. Hoe daar te komen? Laat uw geloof of ongeloof los. Gehoorzaam geen enkele voorganger. Verwerp iedere vorm van volgzaamheid inzake uw waarheidsonderzoek. Relativeer al uw persoonlijke iden­ti­ficaties. Durf bij leven dood te gaan. Geef alles, zonder terug te verlangen. Erken uw crisis na aanvaarding van uw existentiële angst. Keer God de rug toe, opdat u pas dán de ware Ruggesteun voelbaar toetst!

 

 

 

 

Wetenschap, filosofie en geloof omtrent de diepste levensvragen kan men eenvoudigweg ver­werven door aanname. Lekker makkelijk. Natuurlijk, als uw aanname u voldoende gerieft, kunt u kalm blijven zitten waar u zit. Mij maakt het niet uit. Maar ik wil u met dit schrijven er wel goedig op wijzen dat u uzelf daarmee de kans op mystiek verlichtend besef ernstig verkleint, zo niet onmogelijk maakt. Wie de toegang tot de deurloze deur verwerpt, laat het goddelijke onontsloten.

Sinds die ene dag weet ik: het paradijs is er altijd, maar weinigen wandelen erin. Ook weet ik: in de illusoire wereld is de dood echt en in de echte wereld is de dood illusoir. Paradijselijk eeuwig is dat wat ik ervaren heb. Voor de eeuwigheid is de ogenschijnlijk nog arme geestesinhoud van een vierjarig kind gelijk de klaarblijkelijk verrijkte geestesinhoud van een tachtigjarige oudere. Ons ziel-zijn gaat vooraf en voorbij aan opgedane levenskennis en verworven staat van bewustzijn.

 

Het zieldeeltje heeft geen leeftijd

Leeftijdloos. Even oud. Even jong. Op de golflengte van het zieldeeltje bestaat geen onderscheid. Hier is ook niemand een volgeling. Hier bén je de ander. Ieder ander is ook jij. In de alledaagse werkelijkheid is dat wel anders. Niemand gedraagt zich hier gelijk. Interpersoonlijk is er meestal strijd om het leiderschap. De ene wordt dan door de ander openlijk of slinks geknecht tot volgeling. Doet mij altijd weer denken aan de volgzaamheidstheorie van Stanley Milgram.

De ware mysticus is onnavolgbaar. In hem of haar is ‘de overkant’ gestorven. Er is dus ook geen enkel motief om van een medemens te vragen hem of haar te gaan volgen. Jiddu Krishnamurti was er ook wars van. Terwijl Bhagwan wel volgelingen wilde. Althans, als ik hem goed begrepen heb, tot aan het moment dat die volgeling zover was de meester innerlijk te doden. Boeken en lezingen van Osho heb ik na enige tijd van mijn mystieke ontwaken rijkelijk gelezen en beluisterd.

Robert Monroe schreef het boek ‘Journeys out of the body’. Op de site van het Monroe-instituut las ik: ‘Buitenlichamelijke ervaringen bieden uit de eerste hand verifieerbare kennis van onze onsterfelijkheid en onze spirituele identiteit. Deze diepgaande kennis kan niet adequaat worden uitgelegd - het moet worden ervaren.’ Uittredingservaringen zijn mij niet vreemd - ik wekte ze op toen ik als kind heel bang was - maar zij leerden mij niets over onsterfelijkheid. Wel geborgenheid.

Tijdelijk was ik dan als het ware eventjes afwezig. Het centrum van mijn bewustzijn posi­tio­neerde ik dan in de periferie. Ik drukte mijn besef - van dreigend traumatische pijn tijdens auto­ritten met mijn gezinsleden - naar buiten. Buiten mijn hoofd, buiten mijn lichaam, buiten de auto. Zo leerde ik mijzelf te ontkoppelen. Overigens vaker dan mij lief was. Het was een vlucht. Zo’n kortstondig moment van succesvolle dissociatie hielp mij indertijd, maar ik had het liever nooit ontwikkeld.

 

Vluchten kon niet meer

Het was uit angst geboren. Ik kon de spanning, de ruzie en het type taalgebruik in die kleine opgesloten situatie niet aan. Maar ik kon niet vluchten. Lichamelijk zat ik vast in die auto. Als jongste en kleinste kind in die voor mij mentaal en fysiek bedreigende situatie prentte ik mijzelf daarom herhaaldelijk in: ‘Ik ben dood! Ik maak dit niet mee!’ Gestoord natuurlijk. Wist ik ook wel. Maar mijn bewustzijn zocht een uitweg. Het was zó onveilig, dat ik dus zelfs mijn lichaam verliet.

Emotioneel lichaamswerk en psychotherapie hebben mij als volwassene ruimvoldoende helend resultaat geboden, maar met een auto meerijden over een snelweg vond en vindt mijn geest niet leuk. Levenslang toont mijn geest zich op dat vlak kwetsbaar. Onderhuids voel ik dat direct. Gelijk een boek van Ted Troost titelt: ‘Het lichaam liegt nooit’. Lichamelijk-emotioneel eerherstel creëerde ik goeddeels door op een landgoed te Lage Vuursche groeigroepen bio-energetica bij te wonen.

Psychologisch ongeluk inruilen voor spiritueel geluk is uiteraard ongezond. Een leugen! Een gezond mens zorgt ervoor dat het oorspronkelijke pijnpunt niet wordt verlaten. U en ik dienen op idealiter álle gebieden gezondheid en geluk na te streven. Ontkenning is op zich een algemeen menselijk fenomeen, maar wanneer onze leefwereld veilig is, behoeven we deze noodgreep niet toe te passen. Toch is het mechanisme mentaal levensreddend. Het werkt schadebeperkend.

Schadevrij is het niet. De potentiële traumagrootte wordt weliswaar constructief beperkt, maar het inzetten van de lichamelijke vlucht werkt in het bewustzijn destructief. In feite is het een vorm van pure zelfverloochening. Tegen de diepste wil in. Maar de getraumatiseerde-in-spé voelt heel goed aan dat hij of zij de ontkenning maximaal moet toepassen. Om te overleven. Uittreden deed ik als jong kind enige malen bewust. Bewusteloos uittreden komt voor bij bijna-dood-ervaring (BDE).

Bij bewustzijn niet-intentioneel uittreden én spontaan intreden is dat wat mij overkwam tijdens de mystieke verlichtingservaring (MVE). De persoon die de BDE meemaakt, treedt wel uit, maar niet in, volgens mij. Dát is het kardinale verschil tussen de BDE en de verlichtingservaring. De verlichtingservaring is de dood-ervaring. Sterven bij bewustzijn! Ofschoon er in enige mate belevingsovereenkomsten zijn, belicht ik onderstaand graag de verschillen van BDE en MVE.

 

De algemene kenmerken van BDE (Bijna Dood Ervaring):

Het gevoel dood te gaan. Het gevoel zich door uittreding buiten het lichaam te bevinden. Door donkere ruimte of tunnel gaan. Helder licht zien aan het einde van een tunnel. Het gevoel in het Licht liefde, wijsheid, kennis, goddelijke aanwezigheid en vertrouwen te ervaren. Buiten de tunnel een prachtig landschap zien, ook kleuren en/of muziek. Levensschouw zien vanuit de beleving van een ander. Vooruitblik op het resterende leven. Ontmoeting met overledenen. Het besef dat door het overschrijden van een grens terugkeer onmogelijk is. Terugkeer in het vaak pijnlijke lichaam. Onuitsprekelijkheid. Het zien van de hemel, het paradijs. Het valt zwaar om na een BDE op aarde terug te keren. Liefde als de diepere realiteit zien. De BDE’er kan menen letterlijk licht te hebben gezien. Het zien van een levensoverzicht. Loskomen van het fysieke lichaam en afstand nemen van de aarde. Tijdens de BDE gaat het gangbare licht van het bewustzijn uit. De BDE’er was klinisch dood, had geen hartslag, geen ademhaling en geen alledaags bewustzijn. Contact met een stralend, niet verblindend licht. Soms vooruitblik.

 

Mijn specifieke kenmerken van MVE (Mystieke Verlichting Ervaring):

Het gevoel dood te gaan én op hetzelfde moment te worden herboren, te leven als nooit tevoren. Het gevoel door uittreding én intreding me buiten én binnen het lichaam te bevinden. Ben niet door donkere ruimte of tunnel gegaan; ik was direct in de belevingsruimte van Licht en Liefde, in een ruimte waar ik deel van bleek, zonder een hier of daar, zonder een binnen of buiten, zonder onderscheidingen. Het gevoel in het Licht liefde, wijsheid, kennis, goddelijke aanwezigheid en vertrouwen te ervaren én me te realiseren dat ik al die eigenschappen van dat Licht heb en ben; ik blijk ook zelf die goddelijke aanwezigheid, wijsheid en liefde. Aards determineerbare fenomenen als landschap, kleuren en muziek nam ik nergens waar; ik ervoer louter liefdesenergie. Ik zag niet andermans levensschouw. Ik schouwde zelfs mijn eígen leven niet. Ik ervoer de zieldeeltjes van alles en iedereen. Het eigene en het andere bleek één. Ik had geen vooruitblik op mijn resterende leven. Mijn blik was de eeuwigheidsblik; een coëxisterend daar en nu met hier en nu. Ik had geen ontmoeting met bepaalde overledenen; ik en álle anderen waren subjectloos en alles om mij heen was objectloos: subjecten en objecten bleken één en dezelfde substantie. Maanden vóór mijn MVE had ik al met mijzelf afgesproken dat ik zielsgraag de grens wilde overschrijden. Tijdens mijn MVE overschreed ik de grens. Met vooraf heel wel het besef dat terugkeer nadien misschien niet meer mogelijk was. Maar ik nam welbewust het risico. Ik gaf alles! Ik stierf. En die dood was echt.

Maar wonderbaarlijk genoeg bleek ik na mijn dood - je zou kunnen zeggen: na mijn ego-dood - direct wel en niet teruggekeerd. Mijn terugkeer vond stante pede plaats, maar mét het aan mij in liefde geschonken Bewustzijn. Ik keerde ‘terug’ als verrijkte Gustaaf. De arme en de rijke Gustaaf werden als het ware één. Ik was verlost en niet verlost. Ik bedoel: transpersoonlijk was ik vrij, maar intrapersoonlijk had ik ongewijzigd te maken met problemen uit mijn verleden en met mijn eventueel toekomstige problemen. Maar ánders! Bij mij was trouwens ook geen sprake van een terugkeer naar een pijnlijk lichaam. Hoogstens kan ik zeggen dat ik terugkeerde naar dezelfde Gustaaf die ik al was, inclusief mijn toen nog onvoldoend verwerkte psychotraumata kindertijd. Maar dát vond ik helemaal niet erg! Ik had het absolute ervaren. En ik kon daardoor de mentale pijnen, die ik in mijn leven nog door zou moeten maken, prima relativeren.

 

 

 

 

Ik was juist superblij! Onuitsprekelijk blij. Het was niet zozeer dat ik het hemels paradijselijke zag; het was veeleer dat ik het hemelse wás, het paradijselijke wás. En bén. En eeuwig blíjf. Het viel mij na mijn MVE veel lichter en veel leuker om op aarde door te mogen leven. Ik was en ben God dankbaar dat ik sinds het Moment mij ineens altijd realiseer dat ik de eeuwigheid ben, dat ik gelukzalige eeuwigheid bén! Een besef dat mijn verstand te boven gaat, maar ik Weet het. Ik weet voorbij mijn verstand. Ik besef dat de diepere realiteit liefde is. Buiten mij en binnen mij. Ik ben ervan gemaakt. Gelijk alles en iedereen om mij heen. Ik zag het licht. Niet letterlijk, maar metaforisch. Een levensoverzicht zag ik niet. Ik bleef subliem gekoppeld aan mijn fysieke lichaam en ik nam geen afstand van de aarde. De periode van enkele maanden vooraf aan mijn MVE weekte ik mezelf inwendig wel wat los van mijn identificaties met geest en lichaam en denkbeeldig reisde ik op aarde als het ware naar de hoogste bergtop, maar tijdens mijn MVE was ik stevig verankerd in mijn lichaam en nam tijdens de MVE zintuiglijk ook ongestoord de omgeving waar. Gelijktijdig muteerde evenwel mijn besef van de aarde in mijn bewustzijn van de kosmos.

 

Tijdelijkheid en kosmische eeuwigheid

Tevens ontpopte tijdelijkheid zich tot eeuwigheid. Tijdens mijn MVE bleef het licht van mijn bewustzijn gewoon aan, maar mijn bewustzijnslicht werd ineens overstraald en doorstraald door het eeuwig goddelijke licht, waarvan ik mij direct bewust werd er onafscheidelijk gelijkwaardig onderdeel van te zijn. Sindsdien brandt er binnen en buiten mijn brein bezijden licht ook Licht. Ik ben verlicht. Bij BDE ervaart men soms een vooruitblik, maar in de MVE is daarvan geen sprake. Toekomst, verleden en zelfs heden zijn in de verlichtingsblik verdwenen. Er was ‘alleen maar’ Zijn. Er is ‘alleen maar’ zijn. Hartslag, ademhaling en alledaags bewustzijn functioneerden tijdens mijn MVE zoals gebruikelijk. Daar waar de BDE’er extreem mínder levendig werd en klinisch dood was, werd ik als MVE’er juist extreem méér levendig en geraakte kosmisch ontwaakt. Doordat ik korte tijd in een verblindend en totaal vernietigend onleefbaar licht keek. En ik daarna gauw werd opgenomen in datzelfde licht, maar nu kon en kan ik daarin Zijn, nadat mijn onwaarheid en tijdelijkheid opbrandde en mijn ware wezen, mijn zieldeeltje, ontvlamd en vol van Leven bleek mee te stromen. Het zieldeeltje stroomt dus mee. Schitterend om te ervaren! Als zieldeeltje ben ik onuitsprekelijk gelukzalige oneindigheid. Voorbij bewustzijn. Voorbij bewusteloosheid. Voorbij leven. Voorbij de Dood. Ik Ben Eeuwig Zijn. Amen.

 

 

 

 

Het zijn valt samen met het Zijn. Het zijn is zintuiglijk waarneembaar en het Zijn is buitenzintuiglijk waarneembaar, maar beide waarnemingen zijn ten diepste één. Beide waarnemingen gaan ten diepste over één en dezelfde werkelijkheid. De werkelijkheid ís de Werkelijkheid. De werkelijkheid noem ik ‘3d’ en de Werkelijkheid noem ik ‘3D’. De tijdelijkheid is dan ‘4d’ en de eeuwigheid wordt dan ‘4D’. Het is alleen mijn zieldeeltje dat functioneert op het niveau van 3D en 4D.

Tijdens mijn mystieke verlichtingservaring ervoer ik dat mijn zieldeeltje als het ware qua informatie onvernietigbaar is. Het zieldeeltje evolueert zichzelf nimmer. Er gaat geen informatie af en er komt geen informatie bij. Op het mystieke schouwingsniveau zag en zie ik dat de on­begrensde ruimte (3D) en de oneindige tijd (4D) voor onze lichamelijke ogen onzichtbaar zijn ingevouwd in onze alledaags begrensde ruimte (3d) en onze alledaags begrensde tijd (4d).

Op het waarnemingsniveau van 3D en 4D zag en zie ik geen vijandige aspecten. Sterven kon daar niet, sterven kan daar niet en sterven zal daar nooit kunnen. Een eventuele dood houdt daar onmiddellijk wedergeboorte in. Het zieldeeltje gedraagt zichzelf overigens niet als mede­schepper. Het deeltje doet wel mee, maar schept zelf niet. In de onmetelijke ruimte van het eeuwige zijn, zag en zie ik dat alles al geschapen ís. En dat die schepping volmaakt is. Reeds hier en nu te Zien.

Op het niveau van 3d en 4d kan een mens op aarde lichamelijk en geestelijk in gedrag evolueren en, zo zou je kunnen beweren, medescheppen. Maar op het niveau van 3D en 4D zag en zie ik dat evolutie, medeschepping en groei niet bestaan. Het zieldeeltje is eeuwig perfect. Als individueel zieldeel ervoer en ervaar ik dat ik één ben met een mystiek universeel goddelijk onsterfelijk Zijn. Voorbij geest, lichaam en materie. Voorbij goed en kwaad. Pure liefdesstaat!

Op het niveau van 3d en 4d kan de mens de toestand van leven en dood en de kwalificatie van goed en kwaad onderscheiden. In 3D en 4D zag en zie ik: louter Leven, louter Goed. In 3D en 4D stierven in mij alle vragen; alle antwoorden werden mij sinds die vroege zomer 1990 geschonken. Sedertdien - ik begin mijzelf te herhalen - weet ik het onweetbare. Ik weet het niet-weten. Ik ken het Verborgene. Wetenschapper, filosoof of gelovige kan ik nooit meer worden. Ik ben vrij. Vrij!

Mij is sinds die ene seconde van eeuwigheid een soort spirituele subject-permanentie toegevallen. Zonder nadien opnieuw in dat eeuwigheidslicht te hebben hoeven kijken - hetgeen ik sowieso niet meer kan, daar mijn onderzoekende ogen na dat moment immers voor altijd verdwenen - verwierf ik stante pede het mij in goddelijke genade toegevallen nooit kwijt te raken eeuwigheidszijn. Voor mijn gevoel stierven ongeborene, kind, volwassene, oudere en gestorvene. Geboorte van de Ziel!

 

Het absolute in het relatieve

In feite zie ik het absolute, 3D en 4D, in het relatieve, 3d en 4d. U en ik en alles om ons heen zijn opgenomen in een voor ons verstand onbevattelijke ruimte en onbevattelijke tijd. En toch kon ik het tijdens het mystiek verlichtende gebeuren bevatten. Omdat ik heel even Daar was. En direct zag dat Daar hier is. Er is geen verschil. Ik denk dat in dezen de Gestaltswitch een goede vergelijking is. Zo’n plaatje toont twee objecten, ook wanneer ik en u d’r slechts één zien.

Het wellicht meest bekende plaatje - oude en jonge vrouw binnen één beeld - bewijst dat twee percepties van objectief één en dezelfde afbeelding mogelijk zijn. Wat niet mogelijk is, is beide vrouwen tegelijkertijd waarnemen. Om de andere vrouw te kunnen zien, dient iemand eerst de focus te verleggen. Het gehele plaatje wordt dan totaal anders geïnterpreteerd. Zoiets wordt dan in de wetenschap een paradigmaverschuiving genoemd. Met enorme denk­raam­gevolgen.

Wie is opgegroeid met geleerde kennis welke achteraf plotsklaps is te duiden als zijnde een foutieve reproductie, voelt zich behoorlijk in de aap gelogeerd. Weerstand om in één en dezelfde afbeelding ineens een totaal ander object te gaan zien, is dan begrijpelijk. En als er belangen in het spel zijn, kan het zo zijn dat ‘de geleerde’ - op het niveau van WO, HBO, MBO en LBO - allerlei afweermechanismen in werking brengt om de tweede perceptie met opzet te loochenen.

 

 

 

 

Ofschoon ik in continu exact hetzelfde werkelijkheidsbeeld weet heb van 3D en 4D bezijden 3d en 4d geldt voor mij alledaags dat ik mij wisselend meer of minder focussen kan op de werkelijkheid van de letter d dan wel de hoofdletter D. Het liefst leef ik twentyfourseven vanuit de dimensies van de hoofdletter - en ten diepste doe ik dat ook continu - maar aan het oppervlak wordt ik keer op keer gedwongen mij te gedragen naar de wetten van de kleine lettertjes. Schijnbaar onverlicht.

 

Het maakt niet meer uit waar ik ben

Na mijn soul-experience - geen out-of-body-experience, maar een out-of-mind-experience - maakt het mij ergens ook niet meer uit waar ik ben. Ik ben immers altijd als 3d/4d in 3D/4D. Altijd! Mijn ziel functioneert buiten en binnen mijn lichaam, buiten en binnen mijn geest. Mijn zieldeeltje neem ik trouwens waar als zijnde onstoffelijk stoffelijk. Ondetecteerbaar. Hoogstens ervaarbaar en dus waarneembaar op het nimmer induceerbaar esoterische verlichtingsmoment.

De stoffelijke zijde van de ziel is de drager. De drager van dat wat heilig is. De drager zelf is ook heilig. Het godsgeheim laat zich niet kennen. Alleen wie zich bij leven overgeeft, zal de vruchten van die overgave bij leven proeven. Hij of zij weet zich dan ook direct Kind. Maar gelijk God zal de mysticus ten diepste niets kunnen zeggen over de gelukzalige verborgenheden achter al uw onderzoeksvelden. Binnenkomen in díe dimensies kan alleen zonder binnenkomst. Zonder ik.

Wie als waarnemer totaal verdwijnt, verschijnt in de hoofdletter-dimensie. Wie ten dele verdwijnt, relativeert de kleine-letter-dimensies al wel, maar neemt de werkelijkheid paranormaal waar. De waarnemer zweeft dan als het ware tussen het relatieve en het absolute in. Noch in 3d en 4d, noch in 3D en 4D. De paranormale waarnemingen zijn daarom een mengeling van hits en mishits. Omdat zowel het lagere als het hogere met bias wordt waargenomen. Het zicht is dan te diffuus.

 

Bestaat paranormaal wel?

Geldigheid en betrouwbaarheid van de paranormale waarnemingen zijn daarom vaak discutabel. Hardliner critici vanuit beider dimensies - kleine letter en hoofdletter - zullen het paranormale dan altijd kunnen afwijzen. Terecht en onterecht. De paranormale waarneming mag wat mij betreft gerust worden gezien als een gedeeltelijke voorschouw. Waarbij men uiterst bescheiden dient te blijven. Een geblurde perceptie vertelt iets over licht, donker en vorm, maar niets met zekerheid.

Opgewonden gaan geloven in een bepaalde hoop van waarschijnlijkheid acht ik onvoldoende. Hou in dezen uw waarnemingen voorlopig maar privé. Begrijp me goed, de waarnemingen zijn wel echt, maar u ziet niet helder. Niet helder genoeg. Mijn heldervoelendheid en helderwetendheid hielpen mij in mijn leven heel wel op weg, maar volstrekt zuivere waarneming was het niet. Post-paranormaal, voorbij de vertekening, voorbij het alsof, dáár ziet u ’t reine, de ware werkelijkheid.

Pseudodood spelen zal u niet in de ware werkelijkheid doen belanden. Wie niet met hart en ziel onvoorwaardelijk en onomkeerbaar bereid is zijn of haar leven volledig te geven aan het volstrekt onvoorstelbare zal de eeuwig levende dood niet geschonken kunnen worden. Middelen als ayahuasca, psylocybin of lsd mogen dan hallucinerend wellicht enig effect kunnen geven van dat wat onder goddelijke werkelijkheid wordt verstaan, maar meer dan veilig proefsterven is het niet.

 

God is geen kermisattractie

Wie in een dagdeel, een weekend of een week meent de zalige godheid te mogen smaken, beseft niet dat hij of zij zich tamelijk risicoloos overgeeft aan een slechts tijdelijke bereidheid zichzelf te verliezen. Zoiets is natuurlijk een schijnovergave. Voor de bühne. Voor uw eigen en misschien ook andermans bühne. Als tijdelijke hulpraket is dat, voor wie zoiets een keer wil doen, op zich prima, maar de aarde ruilt u dan niet blijvend in voor de kosmos.

Wim Kayzer interviewde ten tijde van de afgelopen eeuwwisseling kunstenaars, weten­schappers, schrijvers, filosofen en musici vanuit de filosofische vraag ‘Wat maakt dit leven de moeite waard?’ Tijdens de laatste televisie-uitzending met alle deelnemers aan Kayzer’s schitterende levenswerk ‘Van de schoonheid en de troost’ antwoordde, na het geërgerd aanhoren van in zijn ogen veelal intellectuele hokjesgeesten, Karel Appel onthutst: ‘Het zijn en het niet-zijn is één ding!’

Ik zie dit ook zo. Het niet-leven is óók leven. Leven en niet-leven, zijn en niet-zijn vinden plaats in het Leven, in het Zijn. Het wel en het niet is echt, maar de diepere echtheid is de ruimte en de tijd waarin dit gebeurt. In 3D en 4D doen dood en leven er niet toe. Dood of leven bestaat daar niet. In de dimensies van oneindige ruimte en tijd is alles absoluut. Onbeperkt. In 3d kan ons beperkte zicht door mist nog verder verkleinen, maar in 3D blijft het zicht onverminderd Oneindig.

Het doorzien dat mijn verborgen geluksgolf, mijn zieldeeltje, mijn eeuwigheidsdeel is wie ik werkelijk ben, maakt dat ik vrede heb met de onvolmaaktheid van de dimensies 3d en 4d. Ik ben immers ingebed. Eeuwig veilig, gelukkig en volmaakt. Lichaam, geest en materie zijn eindig, maar het genoemde deeltje golft in 3D/4D oneindig voort. Later en nu al. Niet als bewust, onbewust of bewusteloos bewustzijn, maar als ‘iets’ los daarvan: schijnbaar ontkoppeld oneindig Niets.

Mijn zieldeeltje voelt aan als persoonsgebonden en leeft op transpersoonlijk niveau. Op dit zielsniveau kan ik niet anders dan eeuwig onvoorwaardelijk houden van alles en iedereen. Ook van mijn ouders. Onmiddellijk! Maar op interpersoonlijk niveau is dat ‘houden van’ totaal anders. Op 3d/4d niveau - materieel, fysiek en mentaal - hou ik zeker niet van alles en iedereen. Ik ben en blijf ook in dezen waarheidsgetrouw. Vanuit twee percepties. Wordend en ont-wordend.

Uit al het bovenstaande wordt duidelijk dat ik geneigd ben te stellen dat er in essentie geen extra dimensies bestaan. Ik bedoel: mijn bevattelijke tijd en ruimte is gevat in onbevattelijke tijd en ruimte. Die ‘dimensies’ vallen samen. Ik besta eeuwig. Ik ben het oneindige dat tegelijkertijd tijdelijk iets eindigs meemaakt. De bewust doorgemaakte eeuwigheidservaring heeft veroorzaakt dat mijn perceptie nu oneindig van karakter is.

 

 

 

 

Ik ben nu ondersteboven: geaard in het heelal

Kosmologische vragen omtrent oorsprong, evolutie en lot van het heelal leven in mij niet. Verleden, heden en toekomst bestaan niet binnen mijn oneindigheidsbewustzijn. Lengte, breedte en hoogte bestaan ook niet binnen mijn gelukzalig goddelijk oneindigheidsbewustzijn. Het tijdelijk fysieke, materiële en geestelijke - en het theoretisch eeuwig fysieke, materiële en gees­te­lijke - ankerpunt bestaat Daar niet. Het zieldeeltje kent in ruimte en in tijd de drie manifes­teer­richtingen niet. Ontraceer­baar!

 

In mystiek geluk, Gustaaf

 

 

 

Dankzegging

Mijn lof gaat uit naar Atze en Dirk. Beide mannen hebben mij er mede toe aangezet ‘Ont-worden’ te schrijven en te publiceren. Diepe dank!

 

De heer Atze van Wieren is een gevoelig innemend menselijk dichter. Van Wieren publiceert sinds kort zijn memoir ‘In de schaduw van het onzegbare’. Graag wijs ik u eveneens op zijn uit­ge­breide internetsite www.atzevanwieren.nl.

 

Professor Dirk K.F. Meijer is een verstandig innemend menselijk wetenschapper. Meijer publi­ceert inmiddels al 680 papers op www.researchgate.net en www.academia.edu. Meijer maakt mijn Engelstalige publicatie Un-becoming mogelijk. Waarvoor ik Meijer ook dankbaar ben, zijn zijn promoverende eigenschappen. Hij grondvest. Een van zijn zo vele publicaties titelt: ‘Universal Spectrum of Self-Transcendent Mystical Experiences as Transformative Psi- Phenomena: The Relation with Universal Consciousness and Sonic Coherence’. Zie op deze website - in de referentielijst aan het einde van de tekst van Un-becoming - zijn aanklikbare publicaties!

 

 

Bron afbeeldingen: alle afbeeldingen op deze pagina zijn originele schilderijen van Gustaaf Rutgers.

Het beeldrecht berust bij de auteur.

 

 

<

>


© Gustaaf Rutgers